Home

Leraren verlaten gedesillusioneerd het onderwijs, terwijl de oplossingen voor het oprapen liggen

is leraar, opleider en curriculumontwikkelaar.

Als er in onderwijsbestuurlijke kringen een nieuwe term rondwaart, moet je op je hoede zijn. Momenteel doen ‘anders’ en ‘slim organiseren’ bij mij alarmbellen afgaan. Zoals vaker in onze sector ontbreekt een eenduidige definitie. Maar als ik erop doorvraag, kan ik niet anders dan concluderen dat het om een eufemisme gaat. Verhullend taalgebruik voor minder quality time tussen leerlingen en bevoegde leraren. Dat lijkt mij niet slim, maar dom.

Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Excessen zijn bijvoorbeeld klassenassistenten die tientallen leerlingen op ‘leerpleinen’ zelfstandig aan het werk proberen te houden, met ‘het stoplicht op rood’ om de orde te bewaken. Of ‘anders bevoegden’ – nog zo’n bestuurlijk eufemisme – die een groot deel van de week als juf of meester voor de klas staan (maar het dus niet zijn). In het voortgezet onderwijs zie ik modern klinkende ‘flexroosters’ die neerkomen op minder lesgebonden uren per vak onder leiding van een deskundige docent.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Toegegeven: een onderwijsbestuurder die wordt geconfronteerd met een reëel personeelstekort, moet iets doen. De tekorten verschillen per regio overigens sterk. Uit een peiling onder schoolleiders in het primair onderwijs bleek bijvoorbeeld dat in Groningen 90 procent van de scholen de formatie op orde kreeg voor 2026, tegenover gemiddeld 40 procent in de grootste vijf steden. Maar hoe reëel is het tekort werkelijk? Kijk naar de cijfers en zie: bevoegde leraren zijn er in Nederland genoeg, maar een groot deel daarvan staat niet meer voor de klas.

Waar houdt die stille reserve zich schuil? Een deel heeft het beroep helaas gedesillusioneerd verlaten. Naar hun beweegredenen is onderzoek gedaan, en laat de top vijf nu bestaan uit redenen waar je als werkgever grote invloed op kunt uitoefenen: hoge werkdruk, gebrek aan professionele ontwikkeling, onvrede over het management, onvoldoende begeleiding en de onderwijskundige visie van de school. Bestuurders kunnen eerst deze kraan eens dicht dichtdraaien, voordat ze beginnen met dweilen.

Dan zijn er nog de zij-instromers, een relatief grote groep professionals uit andere sectoren die de overstap naar het onderwijs willen maken. Deze groep heeft waardevolle competenties, maar nog beperkte kennis en vaardigheden op onderwijsgebied en wil daarom logischerwijs goed worden ingewerkt en begeleid. Uit onderzoek naar zij-instromende schoolleiders blijkt dat minder dan de helft van de schoolbesturen daar beleid voor heeft. Terwijl een gedegen inwerktraject juist bijdraagt aan de professionaliteit en het behoud van deze mensen. Ongeveer een kwart van de zij-instromende leraren haakt binnen twee jaar alweer af. Ook hier is dus de nodige winst te behalen.

Maar er zijn ook andere ontsnappingsroutes uit het klaslokaal. Op bestuursniveau aan de slag als stafmedewerker ‘onderwijskwaliteit’ of ‘onderwijsinnovatie’ – het zijn zeer gewilde en goed betaalde baantjes. In tegenstelling tot leraren heeft dit soort personeel veel ruimte om het werk flexibel in te richten, zich te professionaliseren, thuis te werken en te netwerken op de vele congressen die onder lestijd worden georganiseerd. Als ze een keer ziek zijn, worden er wat vergaderingen verzet; geen haan die ernaar kraait.

Begrijp me niet verkeerd, ik gun iedereen aangename arbeidsvoorwaarden, maar die gun ik leraren en schoolleiders dus ook (en misschien wel het meest).

Een concreet en tekenend voorbeeld uit mijn eigen praktijk als opleider in het primair onderwijs: cursussen voor schoolleiders en stafmedewerkers worden overdag georganiseerd op mooie vergaderlocaties, met rijk belegde broodjes met truffelmayonaise of pokébowls als lunch. Maar als er een cursus voor leraren moet worden ingepland, moet dat doorgaans in de namiddag of avond op school, terwijl ze al een hele dag les hebben gegeven. Als ze ‘geluk’ hebben, wordt er een stapel lauwe pizza’s bezorgd.

Afgezien van de situaties waarin het echt niet anders kan, klinkt dat ‘slim organiseren’ behoorlijk dom. Met de toenemende inzet van onbevoegden wordt het werkelijke lerarentekort gemaskeerd en dringt het politieke en maatschappelijke urgentiebesef onvoldoende door. Bovendien ondermijnt het de status van het leraarsberoep, wat de tekorten op langere termijn juist zal laten toenemen. In de medische wereld waren ze allang met hooivorken en fakkels de straat op gegaan. Maar deze notoir slecht georganiseerde beroepsgroep staat er, zoals altijd, bij en kijkt ernaar.

In de woorden van Jochem Myjer: ‘Wakker worden, wakker worden! Hup, hup!’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next