De Navo heeft haar strategie voor de oostflank van Europa aangepast. De vijand moet al direct aan de grens van Estland, Letland en Litouwen worden tegengehouden. Het hoofdkwartier van de Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps speelt een hoofdrol in de aansturing van de verdediging.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Het is een bijzonder schouwspel. Niet lang nadat de hele landmachttop van zowel Duitsland als Nederland per helikopter is aangekomen in een veld vlak buiten Narva, de meest oostelijke stad van Estland en in het verleden brandpunt van spanningen tussen Rusland en Estland, lopen tientallen generaals door pas aangelegde loopgraven in een bosachtig gebied ten noorden van de stad. Een ‘operationele wandeling’ noemen ze het. Door de bomen zie je een weg en daarachter ligt de rivier de Narva – die de grens is tussen beide landen.
Een Estse bataljonscommandant houdt een briefing, met kaarten van het terrein en operationele details, die niet mogen worden gepubliceerd. Iets verderop, dichter bij de rivier, weerklinkt muziek, om ervoor te zorgen dat de Russen niet kunnen meeluisteren. ‘Rammstein natuurlijk’, zegt de commandant droogjes, verwijzend naar de Duitse rockband. De jonge Est loopt met de generaals naar een van de bunkers die afgelopen jaar in deze omgeving zijn aangelegd. Ook in het zuiden bouwt Estland driftig bunkers, een paar honderd komen er in totaal. Ze moeten, samen met andere (bijvoorbeeld antitank-)obstakels die je ziet in Oekraïense verdedigingslinies enige dekking bieden aan de Estse soldaten die hier de lijn zullen bewaken mocht ooit de hel losbarsten. De commandant is er duidelijk over: ‘We willen ze hier stoppen.’
Het is onderdeel van een revolutie in het denken over de verdediging van de Baltische staten – en de Navo – die zich heeft voltrokken sinds het begin van Ruslands grote invasie van Oekraïne. De toenmalige Estse premier Kaja Kallas hekelde in 2022 de Navo-verdedigingsplannen waarbij de Baltische staten in eerste instantie overlopen konden worden om pas na 180 dagen te worden bevrijd. Sindsdien is er veel gebeurd: in 2023 tijdens de Navo-top in de Litouwse hoofdstad Vilnius keurden de bondgenoten plannen goed voor regionale defensieplannen die de Navo-aanpak veranderen van ‘voorwaartse aanwezigheid’ – in de Baltische landen gesymboliseerd door de daar aanwezige multinationale bataljons – naar 'voorwaartse defensie’.
De Esten hebben, net als de Letten en Litouwers, in Oekraïne gezien dat Russische bezetting van elk stukje land garant staat voor verwoesting en systematische oorlogsmisdaden tegen de bevolking. Terugvallen om later te heroveren is geen optie meer. Daarom verplaatst Estland zijn militaire bases dichter naar de grens en wordt ook een basis in de stad Narva ingericht, die ruimte kan bieden aan duizend militairen. ‘We kunnen ze hier stoppen’, zegt de Estse bataljonscommandant tegen zijn Nederlandse en Duitse gehoor. Maar het is voor militaire experts volstrekt helder dat dit alleen kans van slagen heeft als de Esten vanuit de lucht, vanuit het achterland worden gesteund.
En de operationele aansturing en coördinatie van die steun – te land, te lucht, te water, vanuit de ruimte, logistiek, en inclusief verstoring van Russische aanvoerlijnen vóórdat ze de grens kunnen oversteken – is in handen van ‘1GNC’, oftewel het multinationale hoofdkwartier van het Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps. Dat is sinds deze zomer door de Navo aangewezen als tactisch hoofdkwartier voor Estland en Letland.
Het is een heel serieuze taak, zegt de commandant der Landstrijdkrachten luitenant-generaal Jan Swillens in een interview dat hij samen met zijn Duitse evenknie Christian Freuding, geeft aan de Volkskrant en het Duitse persbureau DPA, aan het einde van een vierdaagse studiereis door de drie Baltische staten. Narva is verdedigbaar, zegt Swillens, ‘maar je moet de oorlog winnen voordat hij uitbreekt. Zorg ervoor dat afschrikking werkt, dat je plannen en middelen gereed zijn, net als de bereidheid de troepen te ontplooien.’
‘We hebben de duidelijke politieke opdracht elke vierkante centimeter van Navo-gebied te verdedigen’, valt Freuding hem bij. ‘Als we in Narva ons gezicht laten zien met bijna tachtig generaals uit Nederland en Duitsland is dat een duidelijke boodschap: ja we willen en we kunnen deze stad verdedigen.’
Van de half uitgegraven loopgraven en bunkers worden de generaals naar Kreenholm Factory gebracht, een complex van enorme verlaten textielfabrieken op een eiland in de Narvarivier aan de rand van de stad. De zon is gaan schijnen, maar kan het verlaten industrieterrein waar het onkruid hoog groeit en de industriële karkassen scherp afsteken tegen de blauwe lucht, niet beroven van zijn onheilspellende sfeer. Het zal de Russische militairen in hun wachtposten aan de overkant niet vaak zijn overkomen dat zich tientallen Navo-generaals verzamelen aan de overkant en terugstaren, al dan niet door verrekijkers.
Ooit werkten hier tienduizend arbeiders, nu bespreekt een Estse officier in een van de lege fabriekshallen welke rol het fabriekscomplex kan spelen in de verdediging van de stad die, zo leren de generaals vandaag, eerder in de geschiedenis vanuit het oosten al werd aangevallen door Ivan de Verschrikkelijke, Peter de Grote en tweemaal het Rode Leger, in 1918 en in 1944.
De avond daarvoor, toen de duisternis viel, stonden elders in de stad een dertigtal wachtenden bij de enige grensovergang met Rusland hier, een grote brug pal naast het eeuwenoude fort van Narva. De grote poorten die vroeger het gemotoriseerde grensverkeer doorlieten, zijn allang gesloten. Maar uit een deurtje daarnaast verschijnt dagelijks af en toe een persoon die de oversteek heeft gemaakt en na een interview met de Estse douane is toegelaten. Er is een andere deur voor mensen die naar Rusland willen. Daarvoor stonden de mensen te wachten in de motregen, hun koffers en tassen ingepakt in plastic.
Twee moeders stonden er ook, met hun kleuters in kinderwagentjes. ‘Die mogen eerst’, zei een oudere vrouw die ook stond te wachten, Ira. ‘Vroeger kon je dag en nacht oversteken zonder probleem’, zegt ze. ‘Nu zijn ze alleen open van 7 tot 7 en moet je uren wachten, en soms meer dan een dag.’ Over een uur sluit de grens voor vandaag, dus het is spannend of het nog lukt. ‘Ik heb twee nichten aan de overkant’, zegt Ira, ‘de een is 75 en kan nauwelijks nog lopen, ze heeft hulp nodig.’ Ira heeft de documenten om de grens over te gaan en terug, maar ze gaat vanwege de lange wachttijden niet vaak meer.
Soms wordt Narva vanwege zijn Russisch sprekende bevolking genoemd in scenario’s van een ‘beperkte Russische inval’ in Navo-gebied. Rusland probeert via sociale media de spanningen die er waren in de jaren negentig opnieuw op te poken, maar de Estse militairen noemen dat ‘totale desinformatie’. Veel bewoners hebben inmiddels de Estse nationaliteit en vervullen probleemloos hun dienstplicht. ‘En ook de Russische paspoorthouders weten dat het leven aan deze kans van de grens beter is,’ aldus een Estse officier.
De meeste westerse inlichtingendiensten achten een Russische inval in een Navo-land nog steeds onwaarschijnlijk maar ze sluiten het, zoals de Denemarken onlangs nog deed, ook niet helemaal uit. Hoewel 1GNC in oorlogstijd over alle Navo-eenheden het bevel voert, dus ook over de Letse en Estse, ligt dat anders bij het begin van een conflict. Als er militairen de rivier oversteken of er een beperkte inval komt, komt het antwoord van twee niveaus, zegt luitenant-generaal Freuding. Als de Esten in zo’n geval direct mogen terugschieten, is dat een Ests besluit.
Het tweede niveau is een Navo-besluit om artikel 5 (de wederzijdse bijstandsclausule van de Navo, red.) in te roepen, als er een formele roep is om de verdediging van Navo-gebied. En dat vraagt om een unaniem besluit van de 32 bondgenoten in de Noord-Atlantische Raad (NAR, het politieke besluitvormingsorgaan binnen de Navo, red.).’
Die besluitvorming kan snel gaan, zegt Swillens, sprekend uit zijn ervaring tijdens een briefing bij de Navo. ‘Toen op een avond raketten het Poolse luchtruim binnendrongen, gingen in een keer tien telefoons rinkelen. De volgende ochtend kwam de NAR bijeen onder artikel 4 van het Navo-verdrag (dat bedoeld is voor ‘consultatie’ bij een veiligheidsdreiging, red.)’. Militair klopt het verhaal, maar of de politieke wilskracht er zal zijn om vanuit de Navo de Esten bij te staan is, met Donald Trump in het Witte Huis, steeds meer een open vraag.
De commandanten van de Nederlandse en Duitse landstrijdkrachten erkennen dat er ook qua militaire voorbereidingen nog veel te doen valt in de verdediging van de Baltische landen, maar ze nemen hun verantwoordelijkheid zeer serieus. Dat blijkt ook in Litouwen, waar de studiereis van de generaals wordt afgesloten. Beide landen hebben in Litouwen zelf eenheden gestationeerd in multinationale Navo-bataljons. Hun aanwezigheid geeft, zegt generaal Swillens, ‘een belangrijk strategisch signaal af dat het niet alleen om Estland of Letland of Litouwen gaat, maar dat de hele Navo zich hier committeert’. Ter preventie, onderstreept hij. ‘We zijn hier om de uitbraak van oorlog te voorkomen.’
Maar in deze reis ligt de nadruk op het tactische en operationele niveau – voor als afschrikking toch niet werkt. Tijdens een ‘operationele wandeling’ in het grensgebied met Belarus nabij de hoofdstad Vilnius, krijgen de generaals een bijna perfecte demonstratie voorgeschoteld waarin in twee opstellingen wordt getoond hoe de vijand, zodra die binnendringt, met de modernste middelen – sensoren, verschillende types drones in de lucht, waaronder onderscheppingsdrones tegen binnendringers, en onbemenste systemen op de grond – in de eerste fasen van de aanval tegengehouden zou kunnen worden zonder dat de eigen militairen zich direct blootstellen aan vijandelijk vuur.
Het is een indrukwekkende demonstratie, maar generaal Freuding erkent dat de Duitse krijgsmacht nog niet zover is. ‘We zijn ons natuurlijk bewust van onze tekortkomingen en een daarvan is elektromagnetische oorlogvoering (het gevecht met radiogolven om je eigen communicatie te beveiligen en die van je vijand uit te schakelen, red.). We proberen die tekortkomingen zo snel mogelijk op te heffen.’ De richting waarin de landmacht zich moet ontwikkelen, is nu veel duidelijker dan zelfs een jaar geleden, zegt Swillens. Omarming van technologie en samenwerking met de industrie is daarbij cruciaal, beamen beide generaals. Daarbij willen ze productiecapaciteit inkopen die, zodra er een groot conflict is, snel kan opschalen met gebruikmaking van de nieuwste technologie. ‘Het is een heel nieuwe manier van denken’, aldus Swillens.
Gevraagd of het geen probleem is dat veel Duitsers en Nederlanders de oostelijk gelegen regiowaar militairen uit die landen mogelijk hun leven zullen opofferen niet of nauwelijks kennen, antwoordt Freuding beslist: ‘Weet u, Duitsland was tientallen jaren lang zelf een frontlijnstaat en we weten wat het betekent als je vrienden en bondgenoten hebt bij de verdediging van je land. Voor mij, en ik denk voor de meerderheid van de bevolking in Duitsland, is het kristalhelder: als je onderdeel bent van de alliantie, houd je je aan je beloften.’
Swillens onderstreept het belang van goede communicatie over ‘waarom we hier zijn en wat we hier doen’, maar ook dat mensen ‘begrijpen dat Oekraïne ook onze oorlog vecht en dat Rusland niet zal stoppen als er een wapenstilstand komt, al kan het een of twee of vijf jaar duren. We zijn in een totaal nieuwe strategische tijd.’
Source: Volkskrant