De aandelen van chip- en techbedrijven krijgen wereldwijd harde klappen na de grote overwinning van de Democraten bij de tussentijdse verkiezingen afgelopen dinsdag.
De Amerikaanse Nasdaq-index, die vooral leunt op technologiebedrijven, verloor donderdag 6,4 procent. Het was de slechtste dag voor de index sinds de pandemie. De bredere S&P 500 verloor 4,4 procent, een daling niet meer gezien sinds president Trump in april 2025 de importheffingen aankondigde. Alles bij elkaar verloren de bedrijven op de Amerikaanse beurzen op één dag 3,2 biljoen dollar (3.200 miljard) aan waarde.
Beleggers reageren in de eerste plaats op referenda in verschillende districten over de voorgenomen bouw van datacenters. In tweederde van die verkiezingen stemde een meerderheid tegen. De bouw van datacenters was in veel staten afgelopen maanden ook een belangrijk thema in de strijd om zetels in het Congres. Veel Democratische kandidaten wonnen kiezers met de boodschap dat zij paal en perk willen stellen aan de ongebreidelde groei van datacentra.
Dat is goed nieuws voor het milieu en omwonenden van die datacenters, maar zal logischerwijs ook leiden tot minder handel voor chipproducenten. Over de hele wereld zagen chipmakers daarom veel beurswaarde verdampen.
Nvidia, hofleverancier van de grote AI-bedrijven, verloor donderdag ruim 9 procent en werd daardoor honderden miljarden euro’s minder waard. Tot deze week was Nvidia het waardevolste bedrijf ter wereld, maar door de dalingen deze week heeft Apple die koppositie weer overgenomen.
Wat het sentiment ook niet hielp, was een tegenvallend kwartaalrapport van chipbedrijf Qualcomm, dat woensdag na het slot werd gepubliceerd. Hoewel de resultaten boven verwachting waren, viel de verkoop van chips voor smartphones volgens marktkenners tegen. Qualcomm werd kort na de opening zo’n 9 procent lager gezet.
In het verlengde van die koersval van chipbedrijven kreeg de Nederlandse chipmachinefabrikant ASML een flinke tik. De vrees dat ASML door een afzwakkende AI-boom minder opdrachten krijgt, veroorzaakte een koersval van meer dan 8 procent.
Ook voor Elon Musk zijn het geen goede dagen. Hij stak tevergeefs honderden miljoenen dollars in de verkiezingscampagnes van Republikeinse politici, in de hoop dat zij zijn belangen zouden kunnen beschermen. Nu de Democraten hebben gewonnen, verkopen beleggers aandelen van Tesla en SpaceX. Musks opmerking dat er door de blokkades door referenda grote vraag komt naar datacenters in de ruimte, bleek donderdag nog niet veel beleggers te overtuigen. Zijn beide bedrijven zijn sinds de verkiezingen al 10 procent van hun waarde kwijt.
De techfondsen hebben het al langer zwaar op de beurs. Beleggers vragen zich af of de AI-bedrijven de torenhoge verwachtingen wel kunnen waarmaken. Veel van hen verzilveren daarom hun winst na de stijging van het afgelopen jaar en verkopen hun aandelen. De SOX-index, waarin alle grote chipfabrikanten vertegenwoordigd zijn, staat nu 10 procent lager dan een maand geleden.
Opvallend is ook dat de val van AI-gerelateerde aandelen maar heel weinig invloed heeft op de prijs van Amerikaanse staatsobligaties. Normaal gesproken gelden die als een logische vluchthaven op het moment dat aandelenkoersen onderuit gaan. Maar de waarde van de Amerikaanse staatsschuld bleef sinds dinsdag nagenoeg onveranderd.
Dat heeft er alles mee te maken dat er naast de zorgen over de AI-boom ook zorgen zijn over de hoge inflatie door de brandstofkosten, stelde de beleggingsbaas van de Duitse verzekeraar Allianz. ‘Na het goede nieuws komt de kater, al die economische zorgen zijn met de blauwe golf niet weggespoeld.’
Woensdag gingen de Amerikaanse beurzen nog hard omhoog. Dat voedde de hoop bij beleggers dat de oorlog met Iran snel kan eindigen. De Dow steeg woensdag liefst 3 procent en boekte daarmee zijn beste handelsdag sinds april vorig jaar.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant