Canadese literatuur Na 48 jaar is haar bekroonde debuutroman over een vrouw die haar man en kinderen in de steek laat in het Nederlands verschenen. Het boek sluit aan bij een actuele literaire trend.
Boerenschuur met vogelverschrikker in de buurt van de stad Himeji, Japan.
De Canadese Joan Barfoot is tachtig jaar en met schrijfpensioen, en ziet nu iets wonderlijks gebeuren: achtenveertig jaar geleden kwam haar roman Abra (latere titel: Gaining Ground) uit, die in Canada werd bekroond met een debuutprijs. Twee feministische golven en tien romans later maakt Barfoots debuut een tweede zegeronde. Internationaal dit keer, in Nederland uitgebracht als Vaste grond.
Joan Barfoot: Vaste grond (Gaining Ground). Vert. Kitty Pouwels. Thomas Rap, 271 blz. € 23,99
Een ontsnappingsroman, zoals er de laatste jaren veel (her)verschenen. Ik besprak voor deze krant bijvoorbeeld Claire Vaye Watkins’ Ik hou van je, maar ik kies het duister en Miranda July’s All Fours: massaal trekken vrouwen, vaak moeders, naar afgelegen oorden. Wat dat betreft sluit Vaste grond aan bij een trend, of eigenlijk liep het boek voor op een trend, hoe dan ook blijft het thema iets in lezers losmaken, of blijft het leven generatie op generatie vrouwen (en mannen, maar dat is een ander, Walden-achtig verhaal) beknellen.
In Vaste grond ontsnapt Abra uit haar doodgewone bestaan; ze laat twee kinderen achter, een man met een prima baan, een koophuis, een hond. Niet dat haar huwelijk slecht is; het past haar gewoon niet. Ze houdt van haar man en kinderen, maar tot ook haar eigen verbazing is het verdomd makkelijk om ze achter te laten: „Ooit, dacht ik, zou het pijnlijk zijn geweest te weten dat ze zonder mij konden.” Ooit, toen ze nog niet door de „mist” heen kon breken die tussen haar en wat vrijheid dan ook mocht betekenen in lag. Het is dit, of een oude jeugdvriendin achterna gaan; die sloeg de hand aan zichzelf, gesmoord door het leven – het nieuws maakte heel subtiel iets in Abra wakker. Een zelf. Een verlangen naar een leven dat haar past.
Haar nieuwe thuis is een oude boerderij die ze stiekem gekocht heeft – een slinks uitgevoerde operatie, in een tijd dat de man toestemming moet geven voor een dergelijke transactie. Abra loopt voor het eerst van haar leven over van daadkracht. Het blijkt een prelude voor haar nieuwe bestaan te zijn, waarin ze elk boontje zelf moet doppen. Ze onderhoudt een moestuin, leert houthakken, raakt iedere winter door de sneeuwval geïsoleerd van de bewoonde wereld. Fijn dat ze zichzelf niet straft door enorm te gaan afzien: het huis is solide, ze heeft elektriciteit, water, verwarming, een vriezer. Ze houdt van comfort.
Dan, negen jaar na haar vertrek, wordt ze bezocht door een jonge vrouw. Het is haar dochter, Katie. Alleen, en dit is zo vreemd dat ik even met mijn ogen moest knipperen tijdens het lezen: Abra is haar dochter vergeten. Ze lijkt alles uit haar vorige leven vergeten te zijn. Niet expres: het dééd er gewoonweg niet meer toe. Een absurd gegeven, heerlijk stuitend, al moet je je er wel aan over willen geven als lezer. Dan krijg je ook wat; de losgezongen vertwijfeling van Abra golft in kringen om haar heen, alsof er een steen in stilstaand water is geworpen. „Er is een soort… band”, constateert ze, als ze nog niet weet dat het Katie is die voor haar neus staat. En later, als ze zich haar oude leven weer (min of meer) herinnert: „Ik heb nu niets meer in me van die persoon. Maar uit de beelden maak ik op dat ik toen niet ongelukkig was.”
Naarmate Katie en zij elkaar vaker ontmoeten, ontvouwt zich in terugblikken het leven van voor de boerderij. Toch kan Abra er niet goed bij, wat resulteert in mooie, precieze beschrijvingen van grappig genoeg vrij onprecieze sensaties. „Wat ik in die tijd voor Stephen voelde, kan ik me niet precies herinneren […] Van mezelf herinner ik me nog minder. Een lege plek. Blanco. De indruk van een vacuüm dat door externe hulpbronnen werd voortbewogen […] Ik voel me er niet mee verbonden.”
Ze is zonderling geworden. Kan direct na een gesprek dat voor haar dochter emotioneel is doodleuk aan het wieden gaan, om zich dan weer te verliezen in andere herinneringen; hoe ze de boerderij inrichtte, bijvoorbeeld. Pagina’s lang, terwijl Katie wacht op haar antwoord op de vraag of ze weer mee terug wil komen, mijmert Abra over haar behangkeuze, meubels, onderhoud. Of hoe haar wandelingen eruitzien, hoe de omgeving zich per seizoen anders aan haar toont, hoe ze leerde om „alles de tijd te geven die het nodig [had]”, de geluiden in het huis en de geschiedenis ervan – en zo dwingt ze de lezer hetzelfde tempo in als dat van haar leven. Langzaam. De noodzaak tot aandachtigheid. Ik werd ongeduldig tijdens veel van deze passages, maar dacht ook: Barfoot heeft me betrapt. Ik ben een maalstroom gewend.
Vaste grond is daarmee niet louter een vertelling die stilstaat bij hoe dwingend en geïnternaliseerd de norm van een ‘normaal’ leven (nog altijd!) kan zijn. De roman laat ook, met dat soms tergend trage, een vrouw zien die zichzelf vindt door zich volledig te verliezen in wat om haar heen bestaat.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie