Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Is het dit keer anders? Dat is de grote vraag rondom kunstmatige intelligentie op de werkvloer. Waar eerdere technologische revoluties vaak nieuwe werkgelegenheid creëerden, is bij AI veel onzekerder wat het netto-effect is. Er is in de macrocijfers geen sprake van grootschalig banenverlies, maar op de Nederlandse arbeidsmarkt tekenen zich wel serieuze AI-effecten af, bleek deze week uit cijfers van het UWV.
Die lieten een stijging zien van het aandeel theoretisch opgeleiden met een WW-uitkering, iets wat de uitvoeringsinstantie zelf mede wijt aan de opkomst van AI. Ook uit andere studies blijkt: onder kenniswerkers in beroepen waar veel met AI wordt gewerkt, zoals consultancy, tekstschrijven en programmeren, veranderen taken en banen snel. In die beroepen is ook al een duidelijke daling te zien van het aantal vacatures voor junioren. Dat stemt niet gerust.
Dat zou reden moeten zijn voor meer urgentie bij sociale partners en verantwoordelijke politici zoals minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie, VVD) en Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66) om zich klaar te maken voor de golf van veranderingen die nu aanzwelt.
De Nederlandsche Bank riep in een analyse deze week op om als antwoord op de AI-ontwrichting onder meer het ontslagrecht op de schop te nemen, en zo de dynamiek en flexibiliteit op de arbeidsmarkt te vergroten. Dat kan een goed idee zijn: juist ondernemerschap, flexibiliteit en wendbaarheid zijn nu belangrijk.
Maar versoepeling van het ontslagrecht kan alleen werken als bedrijven zelf verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van werk en bijscholing, en voor de langetermijnbelangen van zowel hun medewerkers als hun eigen onderneming. Dat is geen vanzelfsprekendheid, gek genoeg. Diverse studies tonen aan dat veel bedrijven die in AI-blootgestelde sectoren werken zoals finance, consultancy, media en ict significant minder junioren aannemen, omdat juist die functies makkelijk te automatiseren zijn. Daarmee ondermijnen ze evident ook hun eigen talentpool en continuïteit: de junior van nu is immers de ervaren kracht van over vijftien jaar.
Werkgevers moeten hier bewuster mee bezig zijn dan tot nu toe gebeurt. Nieuwe leerprogramma’s, begeleiding van starters en regelingen voor medewerkers die tijdelijk buiten de boot vallen, zullen daarbij nog noodzakelijker zijn dan nu al het geval is.
AI zet ook andere discussies op de werkvloer op scherp. Banen die mensen alleen achter een scherm uitvoeren, blijken doorgaans kwetsbaar voor AI. Werk dat plaatsvindt in teams met anderen, op fysieke locaties is dat minder, zo suggereren eerste studies. De discussies die bij diverse grote bedrijven zoals Booking al hoog oplopen over hoeveel thuiswerken geoorloofd is, krijgen daardoor een extra dimensie. Misschien kan het nodig zijn om vaker samen te werken op kantoor om functies weerbaarder te maken tegen AI-vervanging.
AI zal dus veel vragen van zowel medewerkers als werkgevers. Een blik op de lange termijn en ook principiële beslissingen over welke taken fundamenteel menselijk moet blijven – qua verantwoordelijkheid, smaak, oordeelsvermogen of niet-vervangbare menselijke relaties – kunnen daarbij niet ontbreken.
Daarbij is ook een regisserende rol van politici nodig. Er liggen door AI grote maatschappelijke en economische vragen voor: niet alleen hoeveel werk AI overneemt, maar ook wie de productiviteitswinst ontvangt, hoe belastingheffing verandert, wie over de invoering beslist – en wie moet worden geholpen wanneer de verandering te snel gaat.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie