Het griepseizoen is in aantocht en miljoenen Nederlandse ouderen en kwetsbaren worden deze weken ingeënt tegen de griep. Vijf vragen over de werking en samenstelling van de griepprik van dit jaar.
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Bijna zeven miljoen Nederlanders krijgen er deze herfst een uitnodiging voor: de jaarlijkse griepprik. Iedereen boven de 60 jaar en mensen met een aandoening zoals hart- of longziekten komen in aanmerking. Ook vrouwen die minstens 22 weken zwanger zijn, krijgen een uitnodiging. Deze risicogroepen lopen meer kans om ernstig ziek te worden van de griep.
Wat veel mensen ‘een griepje’ noemen, is dat vaak niet. Griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus, waarvan er twee typen zijn: A en B. Een echte griep maakt dat je al gauw een week plat ligt. Op dit moment zijn het vooral rhinovirussen die rondgaan; die veroorzaken klachten als neusverkoudheid, keelpijn en hoesten. Influenzavirussen worden nog bijna niet gesignaleerd – die duiken meestal pas in december of januari in groten getale op.
Pas als de wachtkamers van huisartsen echt vollopen, is de epidemie officieel een feit. Dat betekent dat zich gedurende twee weken op rij minstens 45 mensen per 100 duizend inwoners met griepachtige verschijnselen bij de huisarts melden en dat laboratoria daadwerkelijk influenzavirussen aantonen in afgenomen monsters. De precieze grenswaarde voor wanneer het toenemende gesnotter officieel een epidemie gaat heten, wordt ieder jaar opnieuw bepaald.
Jaarlijks krijgt ongeveer 1 op de 15 mensen griep en tijdens een pandemie sterven er gemiddeld 4.000 mensen extra. Tijdens de griepepidemie van vorig jaar was de oversterfte 2.414 mensen. Dat waren er minder dan het jaar daarvoor (3.366). Vooral de griepepidemie van 2017-2018 was erg dodelijk: toen overleden 9.297 mensen extra.
Hoe goed werkt de griepprik dit jaar?
Het griepseizoen is nog niet begonnen, dus dat valt nu nog niet te zeggen. Het is bovendien eerst afwachten of de virusstammen die in het vaccin zitten dezelfde zijn als de virusstammen die straks rondgaan. Hoe meer de daadwerkelijk heersende virusstammen lijken op die in de prik, des te beter het vaccin beschermt.
Vorig jaar hadden mensen die de griepprik kregen ongeveer 40 procent minder kans om griep te krijgen. Daarnaast belanden van de gevaccineerden jaarlijks 40 procent minder mensen in het ziekenhuis. Mensen die de griepprik halen, kunnen nog steeds griep krijgen, maar die is dan minder ernstig.
Waarom wordt de griepprik niet gecombineerd met de coronabooster?
Huisartsen en zorginstellingen zetten de griepprik, terwijl GGD’s verantwoordelijk zijn voor de Covid-19-vaccinatie. Die hebben verschillende registratiesystemen, wat combineren bij een van beide lastig maakt. Maar belangrijker nog: wie welke prik krijgt aangeboden verschilt.
De covidvaccinatie is er voor mensen vanaf 70 jaar of voor mensen met aandoeningen die maken dat een corona-infectie ernstig kan uitpakken. Die risicogroep komt deels overeen met die van de griepprik, maar verschilt genoeg om de planning van wie welke prik moet krijgen ingewikkeld te maken. Bovendien is de griepprik seizoensgebonden en de covidvaccinatie wat minder duidelijk aan een bepaalde periode gebonden.
En ja, voor huisartsen met een eigen praktijk, ongeveer de helft van de huisartsen, vormt de griepprik een bron van inkomen, zegt Ted van Essen, gepensioneerd huisarts en voorzitter van de Immunisatiestichting.
Toch valt er wat voor te zeggen om ook de covidvaccinatie bij de huisarts te laten zetten, vindt Van Essen. ‘Huisartsen vormen een fijnmaziger netwerk. Dat scheelt reistijd naar de GGD, vooral voor oudere mensen. De opkomst van de griepprik is hoger. Misschien heeft dat daarmee te maken.’
De griepprik is later dan in andere jaren. Hoe komt dat en is dat erg?
WHO-experts adviseerden afgelopen februari vervanging van alle drie de virusstammen in het vaccin, wat vrij ongebruikelijk is. Voor een van de virusstammen kwamen de basis- en testmaterialen die nodig zijn voor de productie later beschikbaar dan gepland, waardoor de vaccins later geleverd werden. Daardoor konden sommige huisartspraktijken pas eind oktober van start met prikken in plaats van half oktober.
‘Nee, dat is niet erg’, reageert Van Essen desgevraagd. Hooguit zijn mensen gewend dat ze de prik in oktober al krijgen, terwijl dat voor sommigen nu noodgedwongen opschuift naar november. Dat is vroeg genoeg, want twee weken na de prik ben je beschermd. Influenza duikt eigenlijk nooit eerder op dan begin december, en vaak zelfs pas tegen kerst.
Hoe groot is het animo voor de griepprik doorgaans?
De eerste huisartsen en zorginstellingen zijn sinds half oktober aan het vaccineren en gaan daar zeker tot eind november mee door. Het RIVM krijgt pas naderhand de gegevens doorgestuurd van hoeveel mensen de prik zijn komen halen.
In 2025 haalde 54 procent van de mensen die ervoor in aanmerking kwamen de griepprik. Van de 65-plussers was dat 65 procent. Ter vergelijking: in Denemarken en Ierland is in die groep rond de 75 procent gevaccineerd. Twintig jaar geleden was het percentage ook in Nederland zo hoog, daarna daalde het, maar sinds de coronapandemie zit het animo voor de griepprik weer in de lift.
Wat zit er in de griepprik?
In de griepprik zitten drie stammen van de virussen influenza A en B. Experts van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bepalen jaarlijks welke dat worden. Dat doen ze op basis van welke varianten net zijn rondgegaan op het zuidelijk halfrond, zoals in Australië. Tegen de tijd dat ons griepseizoen begint, meestal in december of januari, is dat op het zuidelijk halfrond namelijk net afgelopen.
Ook dit jaar is de inhoud van de prik weer een ware lettervermicelli die onder andere aangeeft waar en wanneer een virusdeeltje in een lab is geïsoleerd en of de betreffende stam een directe nazaat is van de Mexicaanse griepvariant die in 2009 rondging. Voor de liefhebbers: A/Missouri/11/2025 (H1N1)pdm09-achtig virus is een van de drie influenzastammen die dit jaar in het vaccin zitten.
De Australiërs hoeven trouwens niet zonder griepvaccin. Voor hun vaccin kijken experts juist weer naar wat er op het noordelijk halfrond gebeurde. Dat is altijd een momentopname, want griepvirussen veranderen voortdurend van gedaante.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant