Home

Voordat schrijver Kader Abdolah Jezus kon leren kennen, moest hij eerst nog vijftien jaar in een christelijke cultuur leven

Wat zijn dit voor vragen? Zeven dilemma’s voor schrijver Kader Abdolah, die bijna veertig jaar geleden zijn familie moest achterlaten om te vluchten voor het Iraanse regime en in een christelijke cultuur terechtkwam. In zijn nieuwe boek gaat hij op zoek naar Jezus.

Wat zijn dit voor vragen? Zeven dilemma’s voor schrijver Kader Abdolah, die bijna veertig jaar geleden zijn familie moest achterlaten om te vluchten voor het Iraanse regime en in een christelijke cultuur terechtkwam. In zijn nieuwe boek gaat hij op zoek naar Jezus.

Jezus of Mohammed?

‘Jezus. Voor ik dit boek schreef kende ik hem niet goed. Jezus komt wel voor in de Koran als een profeet, maar veel van zijn boodschap bleef voor mij verborgen.

‘In 2008 reisde ik door Nederland om te spreken over mijn vertaling van de Koran en het verhaal van Mohammed. Na een lezing kwam er een vrouw naar me toe. Ze zei: ‘Je moet ook een boek over Jezus schrijven.’ Maar in die tijd was dat onmogelijk. Voordat ik Jezus kon leren kennen, moest ik eerst nog vijftien jaar in een christelijke cultuur leven. Ik moest eerst voelen hoe mensen hier omgaan met verdriet, liefde en dood. Op een dag, een paar jaar geleden, werd ik midden in de nacht wakker en hoorde ik een stem: ‘Nu is het tijd om een boek over Jezus te schrijven.’

‘Ik ging op een zoektocht om hem te leren kennen en kwam op mijn reis van alles tegen. Zo staat Jezus in de Bijbel beschreven als de zoon van God, maar in de Koran is dat volledig weggelaten. Mohammed vond het idee van Jezus als zoon van God onacceptabel: moslims geloven dat God niet is verwekt en ook niet kan verwekken. Dus staat in de Koran geschreven dat Jezus is verwekt door Gabriël, zo kenden we hem in Iran. Pas na het lezen van de Bijbel kwam ik erachter dat ik in veel passages bedrogen ben. Heel mooi, literair bedrogen, maar wel bedrogen.

‘Voor deze zoektocht sprak ik met veel mensen over Jezus. Op straat, in de kerk, in de synagoge. En ik vroeg hen: wat is Jezus voor jou? Nu kan ik de vraag zelf beantwoorden: voor mij is Jezus de mooiste mens die het leven, of God, ooit heeft voortgebracht.’

Een nieuw verhaal schrijven of een oud verhaal hervertellen?

‘Ik kan niet kiezen, het is mijn lichaam dat bepaalt. Wie een roman schrijft, snijdt van eigen vlees. Na een boek moeten schrijvers de wonden tijd geven om te genezen. Als Jan Wolkers een roman had afgerond, ging hij bijvoorbeeld een jaar schilderen. En wanneer ik een roman heb geschreven, pak ik een klassieker uit de kast om die op mijn eigen manier te vertalen voor de Nederlandse lezer.

‘Het hervertellen van klassieke literatuur zit in mijn familie. We handelden in tapijten, saffraan en poëzie. Dus als de mannen van mijn familie oud werden, namen hun zoons het werk over en sloten ze zich op in de familiebibliotheek van het huis van de moskee, het huis waar ik een boek over schreef. Daar maakten ze hervertellingen van de oude klassiekers om die toegankelijk te maken voor nieuwe generaties. Sommige boeken werden gepubliceerd, sommige kregen hun eigen plek in de familiebibliotheek.

‘Toen ik begon met schrijven in het Nederlands, had ik nog een zwarte snor. Maar na al die jaren schrijven werd mijn snor grijs en bereikte ik een mooie leeftijd. Ik vroeg me af: hoeveel boeken wil ik nog schrijven? Alles wat een Nederlandse schrijver wil bereiken, heb ik tien, twintig jaar geleden al bereikt. Het boekenweekgeschenk, lezers, roem.

‘Ik wilde alleen maar terug naar huis, maar dat kon niet. Dus ging ik in mijn dromen terug naar de oude familiebibliotheek om klassiekers te vertalen naar het Nederlands. De Koran, 1001 nacht, de gedichten van Rumi. Ik ging zitten en begon te schrijven, met mijn eigen uitleg en ervaringen. En ik voelde me thuis, ik was thuis. Na Rumi en Sjeherazade kwam ik aan bij een verboden boek in de familiebibliotheek: de Bijbel. Niemand van mijn voorouders had het ooit aangeraakt en er stond een dikke laag stof op. Maar in mijn gedachten pakte ik het op en was ik thuis.’

Iran of Nederland?

Er valt een lange stilte. ‘Ik sta onder zware druk met deze vraag. Misschien had ik hier vijftien jaar geleden iets op kunnen zeggen, maar nu geef ik geen antwoord. Mijn antwoord, wat het ook is, is verraad.

‘Ik ben dagelijks bezig met de situatie in Iran. Mijn familie woont daar, mijn moeder. Ze is al bijna 100 en dement. Ze is alles al vergeten, maar ik geloof dat ze wacht op de terugkeer van haar zoon. Ik wens dat ze gauw naar het paradijs gaat, want haar zoon kan voorlopig niet terugkeren.’

Oog om oog of de andere wang aanbieden?

‘Mohammed zegt: ‘Als je een klap krijgt, sla dan tien keer terug.’ Jezus zegt: ‘Als je een klap krijgt, bied dan je andere wang aan.’ Dat was een revolutionaire boodschap, want voor de tijd van Jezus werd alles altijd opgelost met geweld. Niemand had de boodschap van liefde ooit geprobeerd. En het werkte ook niet, want hij is gekruisigd. Maar zijn boodschap, het woord, is krachtiger dan de mens.

‘Ik zat in Iran bij het ondergrondse verzet tegen de ayatollahs. Toen vochten we met wapens, maar de jonge mensen van nu gebruiken onbewust de strategie van Jezus en dat werkt veel beter. Ik bewonder vooral de vrouwen in Iran. Jong of oud, ze hebben de afgelopen jaren laten zien hoe machtig ze zijn. Met lege handen gingen ze de straat op om te protesteren, zonder sluier, vrij, alsof ze over de Champs-Élysées in Parijs liepen. Ze hadden geen wapens, maar ze bleven toch gaan, ook al werden veel van hen gedood of gearresteerd. Het zijn leeuwinnen.

‘Ik weet dat ik ze geen recept kan voorschrijven – dat is niet mijn plek – maar ze moeten geduld hebben. Dit zal niet nog één of twee jaar duren, eerder tien of twintig jaar. Maar ik weet dat ze zullen volhouden en dat hun protest veel zal veranderen.’

Che Guevara of Annie M.G. Schmidt?

‘Laat ik voor Annie kiezen. Che Guevara is oké en hij was vroeger een grote held van me, maar zijn gewapende revolutie werkte in mijn tijd ook al slecht. Annie M.G. Schmidt is het woord, het machtige woord. Ik was pas net twee jaar in Nederland toen ik haar ontmoette. Ik sprak de taal amper en had net Jip en Janneke gelezen, met een woordenboek op tafel om te vertalen. En ik vond het mooi, dus vroeg ik haar om een interview voor een Perzische krant.

‘We gingen naar haar werkkamer en ik gaf haar het bosje bloemen dat ik had meegebracht. Ze nam de tijd voor me en rookte de ene na de andere sigaret, terwijl ik haar in gebrekkig Nederlands vragen stelde. Ik was nog in de geest van Che Guevara, dus ik vertelde haar wat er in Iran gaande was. Ik denk niet dat ze er veel van begreep, maar ze was heel aardig en het werd een mooi interview.

‘Na die ontmoeting heb ik nog Otje in het Perzisch vertaald. In dat ene boek komt de hele Nederlandse cultuur voorbij. Otje is een literair meesterwerk.’

Nederlands of Perzisch?

‘Allebei de talen hebben iets. De Perzische taal is gesluierd en je moet veel moeite doen om die sluier weg te halen. De Nederlandse taal is halfnaakt.

‘Maar mijn eerste taal is de gebarentaal. Mijn vader was doofstom en zelfs toen ik nog niet kon spreken, maakte ik al gebaren met mijn vader. Ik zeg het dus zo: gebarentaal is mijn vadertaal, Perzisch is mijn moedertaal en het Nederlands is van mijzelf. Ik heb voor elk woord moeten vechten en nu is het helemaal van mij.

‘Ik ben niet trots dat ik schrijver ben geworden, dat is een talent wat ik van het leven heb gekregen. Maar ik ben er wel trots op dat ik mijn schrijftaal heb veranderd. Het heeft me de mogelijkheid gegeven om anders na te denken, om een ander mens te worden. Als ik thuis was gebleven, had ik misschien maar de helft van mezelf ontmoet.

‘En ik had dit boek ook niet kunnen schrijven. Er zijn honderdduizenden boeken over Jezus geschreven, maar ik ken er geen één vanuit het perspectief van een balling, van iemand die twee culturen kent en weet hoe het kan dat de Joden hun diepste identiteit vonden toen ze verbannen waren.’

Hossein Sadjadi Qaemmaqami Farahani of Kader Abdolah?

‘Ik ben geboren als Hossein Sadjadi Qaemmaqami Farahani, maar ik ben Kader Abdolah geworden. De schrijversnaam die ik leende van twee vrienden die door de ayatollahs zijn vermoord: Kader en Abdolah. Nu ben ik mezelf meer dan ooit. Mooier en knapper dan ooit.

‘Mijn oude naam heb ik achtergelaten, net als dat ik het huis van de moskee heb achtergelaten. Als man van de familie had ik daar moeten zijn, om het vorm te geven. Maar nu doe ik mijn werk vanaf hier: ik renoveer het huis in mijn verhalen.

‘In het echte huis, in Iran, wonen nu de jonge vrouwen van de familie, de studentes met hun vriendinnen. De oudere generaties zijn allemaal dood. Ook het huis van de moskee wordt door jonge vrouwen gered van de ondergang.

‘Mijn wens is om thuis begraven te worden, nadat ik op mijn 92ste ben overleden. Ik wil terug naar Iran, naar de plek waar mijn voorvaderen liggen. Op mijn graf komt geen naam. Er zal staan: ‘Hij was de zoon van zijn vader. Hij ging, hij schreef, en keerde terug.’’

Kader Abdolah: Jezus. Prometheus; 384 pagina’s; € 25,99.

1954 Geboren als Hossein Sadjadi Qaemmaqami Farahani in Arak in Iran.
1977 Afgestudeerd in natuurkunde aan de Universiteit van Teheran.
1988 Komt na zijn vlucht uit Iran in het azc van Apeldoorn terecht.
1993 Verhalenbundel De adelaars, bekroond met Gouden Ezelsoor voor beste debuut.
1996-2011 Columnist voor de Volkskrant onder het pseudoniem ‘Mirza’.
2001 Ontvangt de E. du Perronprijs voor Spijkerschrift, een boek over zijn doofstomme vader.
2005 Publicatie van Het huis van de moskee.
2008 Schrijft De boodschapper en De Koran.
2011 Schrijft De kraai, het boekenweekgeschenk van dat jaar.
2020 1001 nacht, een hervertelling van de oude sprookjes.
2022 Brengt Wat je zoekt, zoekt jou uit, een boek over de 13de-eeuwse dichter Rumi.
2026 Jezus.

Kader Abdolah woont in Delft.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next