Het aantal slangen in Nederland is in de laatste dertig jaar flink afgenomen. De populatie van de gladde slang daalde met ruim 60 procent. Sommige reptielen doen het iets beter, met name de zandhagedis profiteert van het opwarmende klimaat.
Nederland kent met de ringslang, de adder en de gladde slang drie slangensoorten, maar die gingen er de afgelopen jaren allemaal op achteruit. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS in samenwerking met RAVON (Reptielen Amfibieƫn Vissen Onderzoek Nederland).
Onderzoekers monitoren de populatie van reptielen sinds 1994. Het aantal gladde slangen nam sindsdien het meest af. Het dier eet onder meer andere reptielen en vindt vermoedelijk steeds minder voedsel in de Nederlandse natuur.
De adder en de ringslang namen na het jaar 2000 aanvankelijk nog toe in aantal, maar ook die populaties nemen inmiddels af. De adder gedijt in een koele en vochtige omgeving en heeft mogelijk last van het warmere klimaat.
Van de zeven reptielensoorten die het CBS en RAVON bestudeerden, gingen er slechts twee niet achteruit qua populatie. Het aantal hazelwormen bleef sinds 2014 stabiel. Hoewel de hazelworm lijkt op een slang, is hij in werkelijkheid een pootloze hagedis.
De reptielensoort die het veruit het best doet in Nederland is de muurhagedis. De soort vervijfvoudigde in aantal tussen 1994 en 2025, al gaat het de laatste jaren weer wat minder. De muurhagedis profiteert vermoedelijk van de verbinding van leefgebieden en ook van het opwarmende klimaat.
Ook de zandhagedis deed het aanvankelijk goed, maar die populatie gaat sinds 2024 weer achteruit. Het dier is afhankelijk van insecten, en die zijn er steeds minder. Ook groeit het duin- en heidegebied waar de soort leeft op meer plekken dicht.
Source: Nu.nl algemeen