Margareth van Aken en Léon-Marie Dekker bewonen een oude boerderij bij Doetinchem. Hun tijd en geld steken ze in verbouwingen en in de vele dieren op en rond het erf. „Maar we genieten hier elke dag.”
Leon en Margareth wonen samen met vier honden, twee ezels en twee pony’s.
Margareth: „We hebben elkaar ontmoet tijdens onze studietijd aan Artez, de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Ik volgde daar de mode-opleiding.”
Léon-Marie: „Ik deed vrije kunst.”
Margareth: „Daarna zijn we samen naar Rotterdam gegaan, we wilden naar een grote stad.”
Léon-Marie: „Maar niet naar Amsterdam, dat was te onrustig.”
Margareth: „In Rotterdam hebben we zeven jaar deel uitgemaakt van een woongroep. Die was gevestigd in een naoorlogs woonblok met binnenplaats dat we voor 1 gulden hadden gekocht. Inclusief een stuk grond.”
Léon-Marie: „Het was een sociaal experiment van de gemeente. Er woonden krakers, verslaafden, kunstenaars en studenten. Samen hebben we de woning gerenoveerd. Er bovenop bouwden we ateliers voor kunstenaars.”
Margareth: „Daar is ons eerste kind geboren.”
Léon-Marie: „Ik had bij wijze van atelier een bouwkeet in de tuin van de woongroep gezet, met daarin ook de wieg. Ik nam de zorg op me, want Margarets inkomen was het meest stabiel. Maar ik vond dat zorgen nog niet zo makkelijk. Ik kon minder tijd besteden aan mijn werk en ik moest vaker nee zeggen tegen een opdracht. En de woongroep stond nog niet open voor kinderen. De andere bewoners vonden het burgerlijk, een kind.”
Margareth: „Ik werkte inmiddels als freelance modeontwerper bij De Bijenkorf in Amsterdam. Daarna kwam ik in vaste dienst bij een kledingbedrijf in Utrecht, waarvoor ik veel op reis was. Toen zijn we naar Utrecht verhuisd, waar de andere twee kinderen zijn geboren.”
Margareth: „Maar de stad werd steeds drukker. Je hoorde op straat altijd en overal mensen praten in hun telefoon. Toen zijn we gaan zoeken naar een rustiger plek.”
Léon-Marie: „Het moest ergens tussen Apeldoorn en Arnhem zijn. Toen we deze boerderij vlak bij Doetinchem zagen, vonden we ’m veel te groot. Te veel stallen enzo. De boel was bovendien totaal verouderd. Een stoppenkast met drie stoppen, dat soort dingen. Maar er is vrij uitzicht en rust, dus we hebben het huis toch gekocht. Dat was in 2005. Een van de stallen hebben we onlangs verbouwd tot studio en cursusruimte.”
Margareth: „In 2008 raakte ik mijn baan kwijt.”
Léon-Marie: „En ik had nauwelijks inkomen, want ik was alleen maar bezig met het woonklaar maken van het huis.”
Margareth: „De financiële situatie was echt ernstig. Dat was kennelijk bij meer mensen bekend, want er liepen al kijkers op ons erf.”
Léon-Marie: „We kregen sinterklaascadeautjes van de buren, steun van vrienden en familie, en geld van Margareths moeder. Daar hebben we een legertent van gekocht die we gingen verhuren om toch wat inkomsten te hebben.”
Links: de favoriete bloemen van Margareth. Midden: een keramieken steen die het stel erg mooi vindt. Rechts: het ‘De medicijnkast’, kunstzinnige flessen gemaakt door Léon-Marie.
Margareth: „Dat heeft anderhalf jaar geduurd, toen vond ik weer een vaste baan. Momenteel werk ik als hoofd design bij een vloerenfabrikant. Ik werk drie dagen per week bij de fabriek in Coevorden en ben drie dagen per vier tot zes weken op de productielocatie in Reims. In totaal ben ik zo’n 32 uur in vaste dienst. Nog eens 8 uur per week ben ik bezig in het atelier, met gezamenlijke projecten en met de administratie van het bedrijf.”
Léon-Marie: „Ik denk dat ik gemiddeld 20 uur per week werk, dat wisselt nogal. In elk geval geef ik 12 uur per week cursussen in de studio. Ook geef ik les op scholen. Daarnaast maak ik eigen werk: ik schilder, maak objecten van diverse materialen en zeefdrukken. Ook heb ik weleens een expositie.”
Margareth: „Onze balans tussen werk en vrije tijd zou wat beter kunnen. We komen altijd tijd tekort. We zijn een ezelstal aan het bouwen, de boomgaard aan het opknappen, de dakgoot moet worden gerepareerd en we willen een duurzame vakantiewoning neerzetten. Daarvoor moet je weer een lening regelen, al proberen we uit kostenoverwegingen zoveel mogelijk zelf te doen.”
Léon-Marie: „Ja, we worden bijna overspannen van al onze ideeën. De vakantiewoning moet deels ons pensioen worden. Margareth heeft een gedeeltelijk pensioen, ik heb niets. Dus we moeten snel bouwen, want we moeten ook de lening nog aflossen. Gelukkig wonen we aan het Pieterpad, dus er zal heus wel interesse in de vakantiewoning zijn. Een droom van mij is om een plek voor een artist in residence te creëren.”
Margareth: „De kinderen zijn sinds dit jaar de deur uit. Dat was een hele overgang voor ons. Het gaf altijd veel reuring en gezelligheid. Nu wonen we met vier honden, twee ezels en twee pony’s. Vaak gedumpte dieren. We krijgen van alles aangeboden: kippen, varkens.”
Léon-Marie: „Nu de kinderen weg zijn, kunnen we dus niet zomaar een paar dagen van huis. We hebben altijd een oppas nodig voor de dieren.”
Margareth: „Maar dat we vrijwel niet meer met vakantie gaan, heeft ook te maken met de vele verbouwingen en het feit dat we al ons geld daarin steken. Bovendien gaat mijn vakantiegeld volledig op aan de voeding en verzorging van de dieren. Nee, je zult ons niet snel in een vliegtuig vinden.”
Léon-Marie: „We houden nauwelijks iets over aan het einde van de maand.”
Margareth: „We denken weleens: waarom verkopen we deze plek niet en gaan we kleiner wonen en genieten van ons pensioen? Anderzijds: we willen nog zo veel. We genieten hier van elke dag.”
Léon-Marie: „Ik zou spijt krijgen als we dit zouden opgeven, hoe lastig het soms ook is.”
Margareth: „Dus blijven we toch maar hier. En gaan we door tot het niet meer kan.”
In het kort
Margareth van Aken (60) en Léon-Marie Dekker (60) studeerden beiden aan Artez in Arnhem. Hij is kunstenaar en heeft een studio, Peddler Press. Zij werkt als hoofd design bij vloerenfabrikant Forbo. Samen hebben ze een vof die Warmgroen heet, omdat ze gezamenlijk ook projecten doen. Ze wonen in een boerderij in Etten. Ze hebben drie kinderen, die het huis uit zijn, en veel dieren. Samen verdienen ze bijna twee keer modaal.
Margareth: „Dat was voor een cadeau namens de buurt voor nieuwe bewoners.”
Margareth: „Léon doet ongeveer één keer per week boodschappen. Daarnaast bestellen we online nog wat dingen.”
Léon-Marie: „Dat waren bouwmaterialen voor de ezelstal en een tweedehands printer voor in mijn atelier.”
Margareth: „Tweedehands waar mogelijk. Dan gaat het om meubels en kleding. Maar we kopen wel een nieuwe wasmachine als de oude kapot is. Die gaat langer mee. Onlangs is de tweede wasmachine die we ooit kochten kapotgegaan, die was 26 jaar oud.”
Léon-Marie: „Soms dagelijks, als er een cursus wordt gegeven in het atelier. Soms wekelijks.”
Margareth: „Meestal kookt Léon, omdat ik vaak laat thuis ben uit Coevorden. Dan heb ik 3,5 uur reistijd per dag.”
Léon-Marie: „Ik heb ooit een vintage Mercedes gekocht. Je betaalt dan weliswaar geen wegenbelasting, maar als je zelf niet kunt sleutelen, is het alsnog een dure auto.”
Margareth: „Eigenlijk nergens aan. We kopen altijd heel bewust spullen.”
Margareth: „Voor verbouwingen.” Léon-Marie: „En om te overleven. We proberen een buffer aan te houden voor onvoorziene kosten.”
Margareth en Léon-Marie: „Doe het anders dan wij! En neem niet zo veel dieren, haha!”
In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie