Voor de aardigheid deed Sarah een DNA-test. Ze dacht niet na over de consequenties van de uitslag. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.
Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
Sarah (37, musicus):
‘Een paar jaar geleden gaf ik mijn man voor kerst een DNA-test. Het leek me een origineel cadeau omdat hij uit een heel grote familie uit Latijns-Amerika komt, die over de hele wereld is verspreid. Mijn man vindt geschiedenis erg interessant, dus ik vermoedde dat hij het leuk zou vinden om zijn familieleden te kunnen traceren.
Je koopt zo’n DNA-test via internet, er zijn verschillende aanbieders, voor ongeveer 60 euro. Het is laagdrempelig, iedereen zou het kunnen doen. Je moet in een flesje spugen en dat stuur je vervolgens in een zakje op. Enkele weken later krijg je de uitslag per mail. Als andere mensen met jouw DNA ook een test hebben gedaan, is er sprake van een match. Je moet van tevoren invullen of je ermee akkoord gaat dat de organisatie de persoon met wie jij een match hebt mag informeren.
Bij mijn man kwamen er grappige genetische dingen uit. Zoals: je hebt zoveel procent kans om nat oorsmeer te hebben. Dat klopte. Het is een beetje Inspector Gadget. Er waren ook matches met achternichtjes van mijn man van wie hij wel wist dat hij ze had, maar niet waarheen ze waren verhuisd. Je krijgt een interessant inkijkje in waar jouw familie vandaan komt, en ook waar ze naartoe zijn gegaan in de tijd dat jij leeft. Bij hem waren er geen verrassingen, wel bevestigingen en specificaties waar bepaalde familieleden nu wonen. Zijn enthousiasme spoorde me aan het zelf ook te doen.
Ik heb sinds mijn kindertijd een enorme affiniteit met het Jodendom. Die verbondenheid van de gemeenschap, de muziek, het vieren van rituelen, ik heb altijd het gevoel gehad dat dat ook een onderdeel van mij is. Ik hoopte eigenlijk dat uit de test zou komen dat een groot percentage van mijn DNA Joods zou zijn. Ik heb een Oost-Europese achternaam, dus als ik daar wortels zou hebben, zou dat kunnen duiden op een Asjkenazische achtergrond.
De uitslag viel een beetje tegen. Ik kreeg een landenoverzicht waarop aangegeven werd dat ik een paar wortels hier en een paar wortels daar had. Er kwam wel een percentage Joods uit, maar niet zo nadrukkelijk als ik verwacht had. Maar na een paar weken ontving ik een mail van een onbekende vrouw: ‘Ik krijg het bericht dat jij mijn halfzus bent. Wat is jouw verhaal?’
Mijn vader had voor hij met mijn moeder trouwde een huwelijk waaruit drie kinderen waren voortgekomen: twee dochters en een zoon. Hij verliet zijn ex-vrouw voor mijn zestien jaar jongere moeder, met wie hij nog twee kinderen kreeg; mijn broer en ik. Zijn eerste huwelijk was geëindigd in een dramatische vechtscheiding. Een van zijn dochters heeft hij zelfs al veertig jaar niet gezien. Maar de vrouw die beweerde mijn halfzus te zijn, kon niet uit de eerste leg van mijn vader komen, want zijn eerste drie kinderen waren bijna twintig jaar ouder dan ik, terwijl de vrouw die mij mailde mijn leeftijd had.
Ik was volledig in shock. Ik merkte dat de vrouw – ze heet Jasmijn – terughoudend was in wat ze tegen mij zei. Ze was summier met informatie en stelde voor dat als ik het wilde, we een keertje verder konden praten. Ik snapte er helemaal niks van; er spookten ontzettend veel scenario’s door mijn hoofd. Het eerste wat ik dacht: is mijn vader vreemdgegaan? Ik belde de oudste vrienden van mijn ouders, mensen die mijn vader al kenden voordat hij met mijn moeder samen was.
Zij waren ervan overtuigd dat mijn vader geen overspel had gepleegd, hij had tenslotte net zijn ex verlaten voor een zestien jaar jongere vrouw. Een andere gedachte die bij me opkwam, was dat mijn vader donor was geweest. Maar mijn ouders hadden ooit verteld dat het vijf jaar had geduurd voordat mijn moeder zwanger raakte van mij, dus die optie leek me ook niet plausibel.
Toen ik opnieuw contact opnam met Jasmijn, vertelde ze me dat haar moeder haar had verteld dat ze een donorkind was. Als zij van een donor was, was ik het dus ook. Op dat moment zakte de grond onder mijn voeten vandaan. Mijn vader was mijn vader! Ik houd krankzinnig veel van mijn vader.
Ik heb toen opnieuw een test gedaan via Fiom, een stichting die gespecialiseerd is in ongewenste zwangerschap, donorconceptie en afstammingsvragen. Het bleek waar: ik ben een donorkind. Vanaf dat moment was niks meer hetzelfde. Er was een aantal zekerheden in mijn leven: peper en zout zijn altijd in huis en mijn ouders zijn mijn ouders. Ik dacht altijd dat ik alle leuke eigenschappen waar ik zo trots op ben van mijn vader heb. Dat kan dus helemaal niet. Ze zijn van een willekeurige man die nog een aantal andere kinderen heeft verwekt.
Stichting Fiom adviseerde me om de gynaecoloog te bellen die mijn moeder destijds, toen ze maar niet zwanger raakte, had behandeld. Als iemand iets zou weten, zou hij dat zijn. Mijn ouders zijn in die tijd bevriend met hem geraakt, dus ik kon hem makkelijk bellen. Ik ken hem zelf ook goed, want we zijn in mijn jeugd vaak met elkaar op vakantie geweest.
Toen ik hem belde en met dit verhaal confronteerde, reageerde hij erg overvallen. Hij gaf een heel vaag antwoord en bevestigde noch ontkende mijn verhaal. Mijn man luisterde mee en kon er ook helemaal geen touw aan vastknopen. De enige duidelijke boodschap die hij me gaf, was dat hij me adviseerde met mijn moeder te gaan praten. Daarna – het is nu twee jaar geleden – heb ik nooit meer iets van hem vernomen.
Inmiddels was ik erachter gekomen wie mijn donorvader was. Hij is onlangs overleden, wat ik op zich niet erg betreur, want ik had geen behoefte aan contact. Toen ik foto’s en filmpjes van hem zag, kon ik me niet voorstellen dat mijn moeder deze excentrieke man als donor had uitgekozen. Ze zou met een grote boog om dit type man heen lopen. Ik begon te twijfelen of zij wist dat ik met donorzaad verwekt ben. En was mijn vader eigenlijk op de hoogte? Ik gaf voortdurend hints en inkoppertjes: ‘Ik heb een DNA-test gedaan, leuk hè?’ of ‘Zou je een donor hebben overwogen als je niet zwanger had kunnen worden?’ Mijn ouders reageerden – stoïcijns – helemaal nergens op.
Rechtstreeks durf ik het ze niet te vragen omdat mijn moeder een zenuwinzinking krijgt als ze het niet weet, die ze nooit meer te boven komt. En mijn vader, die bijna 90 is, heeft onlangs afscheid genomen van zijn zoon uit zijn eerste huwelijk, die op 59-jarige leeftijd is overleden. Ik wil hem absoluut niet nog meer verdriet doen. Maar stel dat ze het wél weten, en mijn hele leven dit geheim voor mij hebben gehouden?
Ik heb gigantisch veel spijt dat ik niet heb nagedacht over de consequenties van een DNA-test. Het heeft mijn leven op z’n kop gezet en mijn basis compleet aan het wankelen gebracht. De gevolgen zijn onomkeerbaar. Er gaat geen uur voorbij dat ik er niet aan denk. De band met mijn ouders is veranderd omdat ik een barrière voel. De vanzelfsprekende, onvoorwaardelijke liefde is veranderd omdat de belangrijke stabiele factor – de zekerheid dat mijn vader mijn vader is – is weggevallen.
Aan mijn ouders durf ik het niet te vragen, uit angst dat deze soap alleen maar erger wordt. Ik heb het ook niet aan mijn broer verteld omdat ik hem deze wetenschap en deze onzekerheid, die zo ontzettend zwaar op mij drukt, niet wil aandoen. Het is als een doos van Pandora die open is gegaan en nooit meer dicht kan.’
Volg deze rubriek
Nooit meer Spijt missen? Krijg een melding in de app bij elke nieuwe aflevering. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Sarah gefingeerd. Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant