Home

Het wonder van Winterswijk en de jongens van de sproeiploeg

Om half acht vrijdagochtend ging in Winterswijk – waar anders? – de winter van start. De temperatuur naderde de nul graden en op de Witte Poorte, de ijsbaan van de Winterswijkse IJsvereniging WIJV (van 1887) aan de Bataafseweg, stapte ijsmeester Hendrik van Prooije het ijs op om te controleren of de ijsvloer betrouwbaar was. Het hield.

Even later verklaarde Van Prooije dat het weer was gelukt, mede dankzij ‘de jongens van de sproeiploeg’, die er dankzij uitgekiende technieken voor zorgen dat het in Winterswijk niet eens hoeft te vriezen om recordijs te produceren.

Twintig mensen stapten dolgelukkig het ijs op om het magische gevoel weer even te ervaren. Om tien uur had de zon zijn vernietigende werk gedaan en was de ijslaag van 2,5 millimeter weer gesmolten – daar moeten ze in Winterswijk nog iets op verzinnen. Maar ik verwacht dat de jongens van de sproeiploeg niet bij de pakken neerzitten en in de startblokken staan voor een nieuwe poging.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De voorzitter van de WIJV heet Auke Spijkstra, dus dan weet je genoeg. Auke is Fries tot in zijn vezels, hij is de 80 voorbij en ik vermoed dat hij tijdens de Tocht van 1963 nog een eindje heeft opgereden met Reinier Paping. Maar toch heeft hij het heitelân verlaten omdat hij meer vertrouwen had in de Achterhoekse ijsmakers, en met name in de jongens van de sproeiploeg.

Wat zich in Winterswijk heeft voorgedaan is een fraai staaltje van buiten de bestaande kaders denken, zoals dat heet. We zijn er altijd van uitgegaan dat het koud moet zijn, wil je natuurijs krijgen, maar in Winterswijk hebben ze zich daar niet klakkeloos bij neergelegd.

Op de jaarvergadering van WIJV stelde iemand op zeker moment de vraag of het voor ijs per se moet vriezen. Dit leidde eerst tot hilariteit. Tot voorzitter Spijkstra opmerkte dat de vragensteller misschien een punt had en dat dit onderzocht moest worden.

In de Achterhoek werken natuur en wetenschappelijke kennis innig samen. Het is iets met isolatie en een witte ondergrond. Daardoor kan de oude Friese wijsheid dat het eerst drie weken 20 graden onder nul moet zijn voor je een Elfstedentocht kunt gaan organiseren, naar de schroothoop. Ouderwets denken.

De regionale krant De Gelderlander maakte onlangs bekend in de Achterhoek een Elfstedentocht voor fietsers te willen organiseren. Maar als ze in Friesland niet oppassen, halen de Achterhoekers de schaats-Elfsteden ook naar het oosten – de elf steden hebben ze er al.

Ondanks de gemoedelijke sfeer in die landstreek zijn ze er ook ongeduldig. Het eeuwige Friese gezever over kistwerken, windwakken en klunen kennen ze er nu wel. Er hoeft echt niet overal 10 centimeter ijs te liggen voor het los kan, een paar millimeter kan ook genoeg zijn. De boel flink isoleren, de bodem van de beek wit schilderen, hier en daar een moddersloot op de doorgaande route uitbaggeren en it sil heve – daar moeten ze nog even een Achterhoekse kreet voor verzinnen.

Het feeërieke schaatssprookje in Winterswijk bezorgde me onmiddellijk goede moed: nog zijn we niet verloren. IJs zonder ijsmachines, het kan nog. Er bestaat nog een andere wereld dan die van Thialf en dweilorkesten. Ik wacht op de beelden van een ijsbaan bij avond, met oude hits uit de jaren zestig uit boxen aan hoge palen.

Leve de jongens van de sproeiploeg! Eerst de verbijsterende ontwikkelingen in Amerika en daarna het wonder van de Winterswijkse ijsbaan, er is alle reden voor gematigd optimisme.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next