Home

Als vrouwen verwachtingen over ondergeschiktheid internaliseren, met welke verwachtingen groeien jongens dan op?

MeToo De film Mémoire de fille toonde een voor Maren Laterveer herkenbare seksuele ervaring. Er is meer debat nodig over de normen over seksualiteit en liefde.

Er is al veel geschreven over Mémoire de fille, Judith Godrèches verfilming van de gelijknamige autobiografische roman (2016) van Annie Ernaux. Maar niet alles. Net als het boek, waarin Ernaux terugblikt op haar eerste, traumatische seksuele ervaring uit 1958, nodigt de film uit om het MeToo-debat op te pakken waar we het hebben laten liggen: bij grenzen die worden overschreden zonder dat meisjes dat doorhebben – en jongens misschien ook niet.

Op een gegeven moment in de film schrijft de zeventienjarige Annie een brief aan haar beste vriendin Odette. Ze is dan al een paar dagen op een zomerkamp, waar ze werkt als begeleider. Voor de kijker is duidelijk dat ze moeite heeft bij de groep te horen; de andere begeleiders zijn ouder, mondainer en zelfverzekerder dan zij en spotten met haar dorpse naïviteit.

Maren Laterveer is journalist en schrijver.

Als de hoofdbegeleider, de moniteur-chef, zijn oog op Annie laat vallen, valt ze als een blok voor hem. Niet dat hij nu zo aardig is of lief voor haar, integendeel. Hij is verloofd, bars, bot, neemt haar op een feestje ongevraagd mee naar zijn kamer en ontmaagdt haar zonder enige blijk van affectie. Het enige gevoel dat hij toont, is irritatie omdat het niet meteen lukt. Kort erna schrijft Annie aan haar vriendin Odette: „Alles gaat opperbest […] ik heb een hele nacht geslapen met H. [… ] Het is mijn eerste liefdesnacht.”

Het is een pijnlijk herkenbare scène. Toen ik zestien was, werd ik door een Britse student aan de Côte d’Azur ontmaagd, waar ik op vakantie was met mijn ouders en beste vriendin. In de campingbar hadden we een groepje jongens leren kennen die in vakantie vierden in een familievilla in de buurt. Het leken leuke, nette jongens, ze kwamen elke avond voor ons naar de camping en dan zaten we de hele avond in de bar te lachen en te praten. Een van hen werd mijn vakantievriendje. Op onze laatste avond namen ze ons mee naar die villa, waar de vrienden potten lijm openden om te snuiven en waar Matthew mij al gauw meenam naar de slaapkamer. Ik had het niet zien aankomen, de seks deed pijn, ik registreerde maar half wat er gebeurde. Ik hoorde het gelach van zijn doorgesnoven vrienden in de kamer ernaast, en hoopte dat mijn vriendin niets zou overkomen.

Van de daad zelf is het enige wat ik me herinner zijn irritatie omdat het niet meteen lukte – mijn lichaam zat potdicht – en de gedachte die als een mantra door mijn hoofd ging: brengt hij ons straks nog terug naar de camping, waar mijn ouders denken dat wij in het tentje naast hun caravan liggen te slapen? De dag erna gingen we naar huis. In de auto schreef ik in mijn dagboek: „Ik ben ontmaagd, het was geweldig.”

Waarom schreef ik, net als Annie, dat het geweldig was, terwijl de werkelijkheid allesbehalve dat was? Het antwoord, voelde ik toen ik de bioscoopzaal uitliep, zegt iets over de wereld waarin we leven – iets wat verder gaat dan de constatering dat veel vrouwen een nare eerste seksuele ervaring hebben. Minstens zo betekenisvol is de vraag waarom vrouwen dit vaak niet als zodanig registréren. En, zou ik eraan toe willen voegen, mannen evenmin. Antwoorden hierop reiken verder dan alleen eerste seksuele ervaringen, en zelfs verder dan seks alleen. Ze gaan over alle aspecten van de relaties tussen mannen en vrouwen – van hoe we verliefd worden tot hoe we liefhebben, en hoe een maatschappelijke genderhiërarchie ons vormt tot in het diepste, intiemste en persoonlijkste deel van onszelf.

Normalisering van geweld

Mémoire de fille is onthaald als een film over meer dan alleen de particuliere herinnering van Annie Ernaux. Terecht is haar verhaal door veel recensenten geïnterpreteerd als een seksegebonden ervaring waarin veel vrouwen zich zullen herkennen. Godrèche heeft dit ook nadrukkelijk zo bedoeld. Haar cameravoering is dicht op de huid, alles is vanuit Annies perspectief gefilmd. Als kijker voel je de verwarring, de onderdrukte teleurstelling, de onzekerheid.

Tijdens de daad richt de camera zich op een kaal peertje aan het plafond, om te suggereren dat Annie op dat moment verstart. Het is een bewuste keuze van Godrèche, die in Frankrijk een bekende stem in de MeToo-beweging is, sinds ze twee bekende Franse regisseurs beschuldigde haar te hebben verkracht toen ze minderjarig was. Die verstarring gebeurt namelijk vaak bij verkrachting, en dat is volgens haar precies wat Annie overkwam. Dat Annie zelf aarzelt de term in de mond te nemen, is volgens Godrèche exact het probleem waar de film over gaat.

Hiermee komen we op terrein dat sinds MeToo bekendstaat als het ‘grijze gebied’: het gebied waar grenzen schijnbaar makkelijk worden overschreden omdat ze niet duidelijk zouden worden gesteld. Zoals al in NRC werd geschreven, toont Mémoire de fille „hoe normaal en alledaags seksueel geweld tegen vrouwen was. Zo normaal, dat ze zelf niet altijd doorhadden hoe er misbruik van hen werd gemaakt.”

De Volkskrant ging nog een stap verder door deze normalisering te verbinden aan normen voor vrouwelijke seksualiteit: „Voor veel vrouwen begon hun seksuele leven in een grijs gebied van ideeën over seks en liefde waarin het eigen genot, het eigen verlangen op de achtergrond staat. Waarin begeerd worden belangrijker lijkt dan zelf een wezen te zijn dat begeert.”

Maar de vraag blijft: hoe komt het dat bij zoveel vrouwen het eigen genot en verlangens naar de achtergrond verdwijnen nog voor ze deze goed en wel hebben ontdekt? En met welke normen over zichzelf en vrouwen groeien jongens op?

Patriarchaal liefdesideaal

Deze vragen zijn niet los van elkaar te zien, en vooral niet van de wereld waarin we leven. Zoals de Franse journalist Mona Chollet laat zien in haar boek Réinventer l’Amour (2021) hangen ze namelijk samen met de cultuur waarin we opgroeien. We zijn geneigd te denken dat onze gevoelens en verlangens persoonlijk zijn, dat ze voortkomen uit ons unieke zelf, dat hierin vrije keuzes maakt. Maar zoals Chollet schrijft, wordt ons gevoelsleven deels bepaald door sociale invloeden: „We zijn allemaal een product van onze omgeving.” In het patriarchale Westen betekent dit dat we opgroeien met beelden, boeken en films waarin vrouwen dienstbaar en begeerlijk zijn en mannen dominant en viriel. De mannelijke lust wordt hierin voorgesteld als natuurlijk en buiten hun controle, en het vrouwelijk verlangen is aan hun lust ondergeschikt.

Volgens Chollet reikt deze ongelijkheid verder dan alleen seks. Het patriarchale liefdesideaal verlangt van vrouwen dat ze in alle opzichten ondergeschikt zijn aan hun mannelijke partner: letterlijk, door een slank en kleiner lichaam te hebben en jonger te zijn dan hij, maar ook in figuurlijke zin, door niet slimmer te zijn, geen betere carrière te hebben en niet veel meer geld te verdienen dan hij. Het wegcijferen van zichzelf, talenten, ambities en verlangens lijkt dan voor een vrouw een voorwaarde om een relatie in stand te houden.

Dat wegcijferen begint al vroeg in de sociale opvoeding, betoogt Chollet: „In schril contrast met het mannelijke zelfvertrouwen ontwikkelen vrouwen al vroeg de neiging om […] aan zichzelf te twijfelen, zich voortdurend schuldig te voelen, te denken dat alles hun schuld of hun verantwoordelijkheid is, en zich te verontschuldigen voor het feit dat ze bestaan.”

Jongens en mannen

Kijken we vanuit dit perspectief naar de film, dan wordt begrijpelijk dat Annie de irritatie van haar brute bedpartner ondergaat. Haar reactie past bij de maatschappelijke verwachtingen over vrouwelijkheid die zij heeft geïnternaliseerd. Zoals ik op mijn zestiende ook – bewust of onbewust – dacht dat ik moest gehoorzamen aan de verlangens van een jongen die volstrekt niet geïnteresseerd was in de mijne.

Of eigenlijk moet ik schrijven: niet geïnteresseerd léék. Want ik weet niet wat er in hem omging, net zomin als dat we in de film iets meekrijgen van de gevoelens en beweegredenen van de moniteur-chef. Godrèche laat zijn innerlijke perspectief bewust buiten beschouwing. Maar als vrouwen verwachtingen over ondergeschiktheid internaliseren, met welke verwachtingen groeien jongens dan op – over zichzelf, en over vrouwen?

Een antwoord hierop geeft de Britse hoogleraar politieke en sociale theorie Amia Srinivasan. Met haar essaybundel The Right to Sex (2021) gaf ze een nieuwe dimensie aan het MeToo-debat, door te laten zien dat het niet alleen gaat over gewilde versus ongewilde seks, maar ook over hoe onze verlangens worden gevormd door culturele mechanismen.

Toen ik haar bij verschijning van haar bundel interviewde voor Vrij Nederland, benadrukte ze dat we hierbij ook moeten denken aan mannen, die volgens haar net als vrouwen gevangen zitten in sociale rollen. „Dat wil niet zeggen dat [de rollen] niet in hun voordeel zijn, maar ik denk dat veel mannen de druk om te presteren uitputtend vinden en de eis om stoïcijns en gevoelloos te zijn emotioneel erg zwaar.” Hetzelfde signaleerde zij op seksueel gebied: „Ik denk dat veel mannen de eis dat ze dominant moeten zijn, dat ze de drijvende kracht achter seks moeten zijn, op verschillende manieren als beperkend en onderdrukkend ervaren.”

De fuckability-norm

Een van de manieren waarop deze eis volgens haar ook voor mannen voor een ‘fundamentele onvrijheid’ zorgt, is door de fuckability-norm: het idee dat seks met bepaalde vrouwen statusverhogend is, zoals met ‘hot blonde sluts’, terwijl seks met ‘unfuckable bodies’ (lichamen die niet voldoen aan het vrouwelijk schoonheidsideaal) statusverlagend werkt. Deze norm komt onder andere tot uiting in de beruchte ‘bangalijsten’ die onder sommige mannelijke studenten rondgaan: lijsten met namen van vrouwen die fuckable zijn, om bij deze termen te blijven.

Onderzoek onder leden van Amerikaanse studentenverenigingen laat zien dat dit expliciete oordeel van medeleden een bepalende rol speelt in de keuze van hun bedpartners: omdat ze weten dat een begeerde vrouw aanzien kan opleveren en seks met een minder populaire vrouw bespot kan worden, gaan sommige mannen voorbij aan hun eigen voorkeuren. Ander Amerikaans onderzoek onder mannelijke studenten liet in 2017 zien dat zij onderling veel over seks en veroveringen communiceerden, maar dat ze met geen woord repten over het verlangen of genot van vrouwen.

Tussen deze studenten en de moniteur-chef die Annie Ernaux in de zomer van 1958 ontmaagdde, zitten decennia waarin verschillende revoluties voor verandering op het gebied van liefde en seks hebben gezorgd. Niet alleen de MeToo-beweging, maar natuurlijk ook de seksuele bevrijding die seks langzaam losweekte van het huwelijk en de vanzelfsprekendheid van voortplanting. Vrouwen kregen meer zeggenschap over hun lichaam en meer ruimte om hun seksualiteit te ontdekken. Maar die vrijheid blijkt betrekkelijk, volgens Srinivasan: „De feministen van de jaren zeventig waren de generatie die door de seksuele revolutie bevrijd had moeten worden, maar zij ontdekten vervolgens dat ze nog steeds seks hadden op voorwaarden van mannen.”

Het is een gedachte die ik vaker heb gehoord van feministen uit die tijd: je werd niet meer gestigmatiseerd als je seks had buiten het huwelijk, maar als je juist níét veel seks wilde hebben met veel mannen. De ene reeks patriarchale normen is gewoon vervangen door een andere reeks patriarchale normen. En dus is de seksuele revolutie nog niet echt voltooid.

Mak schaap

Rest de vraag wat nodig is om de revolutie alsnog te voltooien. Ik denk dat we allereerst een debat nodig hebben dat verder kijkt dan seksueel geweld en het ‘grijze gebied’ van grensoverschrijding, naar normen over seksualiteit en liefde en hoe deze zich diep in ons nestelen op een plek waar we ze niet meer herkennen als invloeden van buitenaf. Dat biedt ook ruimte om mannen niet uitsluitend als potentiële daders te beschouwen, en om te kijken naar de positie van vrouwen.

Als ik terugdenk aan mezelf als meisje van zestien dat in de auto terug naar huis schreef hoe geweldig mijn eerste keer was, kan ik mezelf heel stom vinden. Ik kan me afvragen waarom ik niet nee heb gezegd tegen die jongen, ik kan me schamen om het makke schaap dat ik was. En ik denk dat ik dat toen onbewust ook al deed, en daarom des te vuriger wilde geloven hoe geweldig het allemaal was.

Dankzij Annie weet ik dat die schaamte niet terecht is. De schaamte hoorde niet bij mij te liggen, en ook niet alleen bij die jongen. Als die al ergens hoorde – en nog steeds hoort – dan bij een samenleving die ondanks verworven vrijheden de ogen sluit voor de ongelijkheid de ongelijkheid die niet alleen bepaalt hoe anderen met ons omgaan, maar ook hoe we met onszelf omgaan.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Film

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next