Home

Schrijver Henk van Straten schreef een boek over (zijn) prikkelbare darmen: ‘Ik was al vrij snel een moeilijke poeper’

Zeker 10 procent van de bevolking heeft last van prikkelbaredarmsyndroom. Schrijver Henk van Straten is er een van en ging op onderzoek uit. ‘Ik heb aan den lijve ervaren dat de psyche een belangrijke rol speelt in hoe de darmen ­werken.’

Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.

Je zult in een drukke tent rond lunchtijd over je stoelgang moeten praten. Maar schrijver Henk van Straten (46) heeft het over zichzelf afgeroepen. We zitten in een grand café in het centrum van Eindhoven om het te hebben over Ziel onder de darm, het boek waarin hij op zoek gaat naar de oorzaak van het prikkelbaredarmsyndroom. Hij heeft daar zelf last van, net zoals zo’n 10 tot 15 procent van de bevolking.

Van Straten schrijft romans en memoirs. Zijn grootste succes, het autobiografische We zeggen hier niet halfbroer, gaat over de onalledaagse en lastige familieconstellatie in zijn jeugd.

Het monter geschreven Ziel onder de darm is weer wat anders. Het is een persoonlijk boek, waarvoor Van Straten zijn licht opstak bij wetenschappers uit uiteenlopende disciplines. Hij sprak onder anderen een antropoloog, een evolutionair bioloog, een in jager-verzamelaars gespecialiseerde archeoloog, een neurobioloog en een Amerikaanse gastro-enteroloog die zich de gut-mind doctor noemt.

Hij vertelt anekdotes, zoals over Adolf Hitlers darmklachten en over de Fransman Joseph Pujol, die het laten van scheten dermate goed beheerste dat hij er mee op kon treden: hij floot de Marseillaise, het Franse volkslied, met zijn anus, kon er een sigaret mee roken en ermee op een fluitje blazen.

Tussendoor beschrijft Van Straten wat de aandoening voor hem betekent. Over buikpijn gaat het, over constipatie en aandrang, over vijf, zes keer per dag proberen te poepen zonder dat het lukt, over opspelende darmen tijdens een kantoordag (en tijdens het forenzen naar kantoor) en over een scheetje onder de douche bij een onenightstand dat plotseling veel meer is dan dat en de hele boel bevuilt.

Je schaamt je niet?

‘Het is een schaamtevol onderwerp. Maar ergens voel je wel: dat is ook lekker, op papier, voor een lezer. Dat iemand anders die mate van eerlijkheid laat zien.’

Is je aandoening iets dat je deelt met collega’s of vrienden?

‘Nee, ik zeg dat het boek gaat over de darmen. Of dat het gaat over de correlatie tussen darm en brein. Dat is wat anders dan zeggen: het gaat over het prikkelbaredarmsyndroom en mijn moeilijke stoelgang.’

Maar ze kunnen het straks allemaal lezen.

‘Ja, maar dan nog denk ik niet dat ik hierna open blijf over het onderwerp. Nu, in dit soort interviews, heb ik het erover. Daarna komt de schaamte vast weer terug.

‘Het is echt niet zo dat als ik met vrienden ben, of met collega’s, ik iets ga zeggen als: goh, ik denk dat het de hele dag scheetjes laten wordt voor mij, want tjongejonge, ik heb er weer flink last van. Dat ga ik echt niet doen. Dat is supergenant.’

Wat is het prikkelbaredarmsyndroom?

‘Het is een non-diagnose. Je krijgt haar pas als al het andere is uitgesloten. Je hebt geen ziekte, geen infectie, geen allergie, maar je hebt wel last. En toch is het geen ingebeelde ziekte. Het zit hem in de communicatie tussen brein en darmen, die begrijpen elkaar gewoon niet goed.’

Hoe komt dat?

‘Ik heb aan den lijve ervaren dat de psyche een belangrijke rol speelt in hoe de darmen werken. Ze reageren op elkaar.

‘Een van de wetenschappers die ik sprak, de gastro-enteroloog Emeran Mayer, zegt dat bij het prikkelbaredarmsyndroom eigenlijk altijd wel iets in de jeugd te vinden is. Het hoeft geen supergroot trauma te zijn, maar iets waardoor een langere periode een soort onthechting of angst of stress of wat dan ook heeft gespeeld, waardoor de link tussen darmen en brein is verstoord.’

Hebben kinderen er al last van?

‘Ik schrijf over moeilijke en makkelijke poepers. Ik was zelf al vrij snel een moeilijke poeper. Maar ik schrijf ook over mezelf als klein ventje. Dat ik met de deur open zat te poepen en tegelijk met mijn vader zat te kletsen. En dat je daar nul schaamte bij hebt. Dan zit je een beetje te persen en dan plopt er eentje uit en dan klets je verder. Dat is een dierbare herinnering.

‘Ik denk dat de stressvolle tijd kwam toen ik wat ouder was. Toen ik beter ging begrijpen wat familiedynamieken zijn. Als je zo’n leuke peuter bent, ben je nog betrekkelijk open en onbevangen.’

Wat konden wetenschappers verder vertellen?

‘Ik wilde terug naar het begin. Waarom hebben we eigenlijk darmen? Dus ik begon bij de eerste eencelligen. Die hadden geen darmen. Als uiteindelijk de darmen ontstaan, is dat een wisselwerking tussen darmen en brein. Ons brein en onze darmen zijn echt samen geëvolueerd. Het brein kon groter worden doordat de darmen complexer werden.

‘En ondertussen houden eencelligen invloed. Ze zitten met miljarden in onze darmen, en dat darmmicrobioom is niet alleen essentieel voor de spijsvertering maar ook voor onze gezondheid en ons psychisch welzijn – dat vond ik wel een mooi cirkeltje.

‘Na het brein zitten verreweg de meeste zenuwcellen in de darmen. Het is zo’n megacomplex systeem dat ik het soms bijna wonderbaarlijk vind dat het bij 85 procent van de mensen gewoon naar behoren werkt.

‘Daarna vroeg ik me af: maar klopt het dat als je eet en leeft als de jager-verzamelaars je geen last van darmproblemen hebt? Dat hoor je vaak, daar zijn hele diëten op gebaseerd, want jager-verzamelaars zouden geen zetmeel eten. Dus dan ga ik met een antropoloog praten en met een voedseldeskundige die tandresten bestudeert van jager-verzamelaars. En dan blijken zulke mythen niet te kloppen. Zetmeel aten ze juist wel.’

Een dieet helpt niet?

‘Nee, en daar word je helemaal gek van. Want dan ga je weer dit dieet proberen en dat dieet. En het menselijk brein ziet natuurlijk overal correlaties. Dus als je ineens veel last hebt, denk je: wat heb ik gegeten? O, dit! Dus dit moet ik niet eten. Oké, goed, ik ben op de goede weg. Dat haal ik eruit. En dan doe je dat netjes en ineens gaat het weer helemaal mis.

‘Een goede levensstijl helpt wel, maar doet niet alles. Ik kan soms een heel fijne stoelgang hebben de dag nadat ik veel te veel gezopen heb. Wat is dat dan? Heb ik met al die alcohol mijn darmen lamgelegd en zijn ze helemaal uit het veld geslagen? Dat ze denken: wij nemen ook even pauze?’

Een rode draad in je boek is de zoektocht naar het magische wondermiddel.

‘Ja, ik wilde een deep dive in het onderwerp maken. Waarom heb ik last? Wat is er met mij aan de hand? Hoeveel anderen hebben er last van? En vooral: is er een middel tegen?

‘En dat allemaal om beter te snappen waar het probleem vandaan komt, met het idee dat uit dat snappen een openbaring volgt die me gaat helpen.’

Je had al veel geprobeerd.

‘Ik heb alles geprobeerd. Acupunctuur, vieze Chinese kruiden, kikkergif, orthomoleculaire geneeskunde, ayahuasca, tot en met spijkermatjes aan toe. En ik heb in alles geloofd.

‘De heilaarde bijvoorbeeld, waarmee ik het boek begin. Daar had ik nog nooit van gehoord. Dan duik ik daarin en dan is het voor honderd dingen goed, het doet dit en het doet dat en het bindt cholesterol aan elkaar. Dan denk ik: dit is het gewoon, ik móét dit hebben en in alle kleuren die er zijn, want anders heb ik dadelijk net de verkeerde, de witte, en die doet dan niets en dan blijkt dat ik de gele moet hebben. Dus ik bestel ze allemaal en daar gaat weer 50 euro.’

Wat is schaamtevoller? Praten over je darmen of over je brein?

Nog voor de vraag is uitgesproken: ‘Darmen. Darmen.’

Hoe komt dat?

‘Omdat: als ik naar de wc ga en het duurt te lang, ik toch bezig ben met wat anderen daarvan zullen denken. En dan raak ik in paniek en wordt het poepen nog moeilijker.’

Hoe gaat het nu?

‘Antidepressiva helpen mij. En dat is niet omdat ik erover gelezen had. Ik merkte dat het beter ging en ik merk dat het met mijn darmen slechter gaat elke keer als ik probeer af te bouwen omdat dat met de psyche lijkt te kunnen.’

Zijn antidepressiva het wondermiddel waarnaar je op zoek was?

‘Nee, er zijn geen eenvoudige oplossingen. Het enige wondermiddel, tussen aanhalingstekens, is acceptatie.’

Heb je het geaccepteerd?

Aarzelend: ‘Ja, op het moment wel.

‘Maar ik denk ook dat het een kwestie van tijd is voordat ik weer ergens tegenaan loop. Ik heb, op Instagram of in de krant of weet ik waar, gelezen over nieuw onderzoek naar de sauna. Dat het meer goed doet dan werd gedacht. Met cijfers erbij en zo.

‘Dat triggert meteen iets. Dan ga ik de abonnementsprijs van de sauna al opzoeken. En ik weet dat een abonnement niet te betalen is. Maar ik voel hoe makkelijk ik daarin meega. De sauna! De sauna, ik moet naar de sauna, ik moet elke week naar de sauna.’

Henk van Straten: Ziel onder de darm. Verschijnt op 12 november bij uitgeverij Meulenhoff.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next