Kanker is steeds beter te behandelen, maar niet bij iedereen. Hoe is het om dat slechte nieuws te brengen? Internist-oncoloog Eric Geijteman brengt regelmatig ‘geen leuke boodschap, maar wel de realiteit’. Daar is nu een indringende documentaire over gemaakt.
is media- en cultuurverslaggever van de Volkskrant.
Wie de documentaire Hoelang nog van Niels van Koevorden kijkt, stuit al binnen een paar minuten op een zeer aangrijpende scène.
Het zit ’m in de blik in de ogen van Ben Liu, zijn twee volwassen kinderen en zijn ex-vrouw. Preciezer: in de totale ontreddering en verbijstering die daaruit spreekt. Vier paar ogen kijken geschokt de camera in. Liu zegt: ‘Hoe is het mogelijk dat het eigenlijk binnen drie weken... Zo’n agressieve cel, dat die mijn lichaam zó kan aantasten.’
Hij praat tegen de oncoloog aan de andere kant van de tafel, buiten beeld, die op kalme toon antwoordt: ‘Daaruit blijkt, helaas, dat er sprake is van een zeer agressieve vorm van kanker, die in korte tijd dit effect heeft gegeven. En dat baart mij ook zorgen.’
We zijn in de spreekkamer van Eric Geijteman (44), internist-oncoloog in het Erasmus MC Kanker Instituut in Rotterdam. Hier voert hij gesprekken met mensen die een ongeneeslijke vorm van kanker hebben en begeleidt hij ze in die laatste fase.
Regisseur Van Koevorden (41) deed iets slims voor zijn film, waarvoor hij ruim drie jaar vijf patiënten volgde, behalve Ben zijn dat Rob, Tilly, Marian en Rein – ze staan op de foto’s bij dit stuk. Van Koevorden zette zijn camera op de plaats van de oncoloog (hoe dat technisch ging, leggen we later uit), terwijl die praatte met de patiënten en hun dierbaren, die je dus recht in hun gezicht aankijkt.
Je volgt deze mensen tot het einde van de behandeling, met af en toe kleine meevallers maar natuurlijk vooral veel slecht nieuws. De professionele, kalme en tegelijk empathische toon van de arts is zeer indrukwekkend en de film, die op 15 november officieel in première gaat tijdens het documentairefestival Idfa in Carré en een dag eerder ook te zien is op de Volkskrant-Idfa-dag, is ontroerend in zijn eenvoud en herkenbaarheid.
Van Koevorden (bekend van onder meer de documentaire Ne me quitte pas en de speelfilm Kom hier dat ik u kus die hij samen met zijn partner Sabine Lubbe Bakker maakte) kreeg in 2019 zelf het slechte nieuws dat zijn moeder ongeneeslijke longkanker had. Hij zegt: ‘Bij het eerste gesprek met de Belgische arts die mijn moeder behandelde vroeg ik: welk soort mensen verdraagt dit proces het best? Zij zei: ‘Van die ‘carpe diem’-mensen’. En ik dacht: dit wordt een ramp met mijn moeder, want die is helemaal niet van ‘pluk de dag’.’
Zijn therapeut stelde Van Koevorden gerust: het enige wat je nog hoeft te doen is afscheid nemen. ‘Maar daar had mijn moeder helemaal geen zin in. Zij dacht: ik ga dit leven rekken zo lang als ik kan, en ik word het volgende wonder dat boven alle statistieken uitsteekt. Uit die tegenstrijdigheid is deze film voortgekomen, denk ik, uit mijn nieuwsgierigheid over hoe dat werkt: de keuze tussen het accepteren van de dood en het verlengen van het leven.
‘De spreekkamer van Eric is de plaats waar dit allemaal samenkomt en open en bloot toegankelijk is. Ik heb ervoor gekozen om niet te laten zien dat de patiënten nog een keer kerst vieren met de familie. Het leven speelt zich thuis af, de dood is er nog niet, daartussenin zit de spreekkamer waar alle keuzes worden gemaakt en daar wilde ik filmen.’
Via via kwam Van Koevorden bij Eric Geijteman terecht, die vijf jaar internist-oncoloog is in Rotterdam. Zijn expertise ligt in de palliatieve zorg en dan met name voor mensen met kanker van het maag-darmstelsel en hoofd-halskanker. Hij vond meedoen aan de film ‘heel spannend’ (‘Dit zijn de meest intieme gesprekken die je kunt voeren in het ziekenhuis’), maar hij twijfelde niet, na het verzoek van Van Koevorden.
Geijteman: ‘Kanker is steeds beter te bestrijden, maar het merendeel van de mensen bij wie de kanker bij de diagnose al is uitgezaaid, komt binnen een jaar te overlijden.’ Dat is absoluut geen leuke boodschap, maar wel de realiteit. En in deze film zie je alle worstelingen gedurende dat hele proces. Het is een ode aan patiënten met uitgezaaide kanker.’
Voor de opnames gebruikte Van Koevorden de Interrotron, in de jaren negentig bedacht door documentairemaker Errol Morris. De patiënten zaten niet aan tafel met Geijteman, maar tegenover een soort autocuesysteem dat voor de camera staat, waarop het gezicht van Geijteman zichtbaar was. Zo konden ze ongemerkt rechtstreeks in de camera praten. En omdat Geijteman wel in de kamer was, en de patiënten zijn stem van dichtbij in dezelfde ruimte hoorden, had dat nauwelijks effect op de gesprekken. ‘Iedereen vond het spannend, maar na tien seconden was dat weg.’
De gesprekken zijn de kern van de film, dus zijn we getuige van heel intieme, zeer beladen slechtnieuwsgesprekken. Toen Geijteman de film zelf voor de eerste keer zag, was hij nogal gefixeerd op alles wat beter had gekund, en welke passages hij dus het liefst uit de film zou willen hebben – inspraak was voor hem een voorwaarde om mee te doen. ‘Maar na een nachtje slapen dacht ik: stel nou dat ik beelden laat zien aan geneeskundestudenten, dan laat ik ze misschien niet het optimale scenario zien, maar wel het meest pure. Ik heb gemerkt dat het niet top hoeft te zijn om het toch goed te doen voor de patiënt.’
Geijteman denkt soms aan schrijver Lieke Marsman, die afgelopen jaar overleed aan kanker. Zij zei eens: het is helemaal geen slechtnieuwsgesprek, maar een slechtnieuwsmededeling. Want na die mededeling is er eigenlijk geen gesprek meer mogelijk. Geijteman herkent dit en zegt: ‘In de opleiding ging het vaak over ‘gevoelsreflectie’. Dus je geeft slecht nieuws, de patiënt heeft daar een emotie bij en dan scoorde je pluspunten met: ‘Nou, ik kan me voorstellen dat het verdrietig is voor u’. Maar dat is toch te kort door de bocht. Ik kan het me helemaal niet voorstellen én het is een dooddoener tot-en-met. Empathie zit in andere dingen, denk ik.’
Internist-oncoloog Geijteman werkt naar eigen zeggen volgens het ‘totale mens-principe’, vrij naar voetbaltrainer Louis van Gaal, die hij in Zomergasten eens zag vertellen over zijn overleden vrouw. Hij benaderde Van Gaal ooit met de vraag of hij dat fragment mocht gebruiken bij het verdedigen van zijn proefschrift, waarin Geijteman betoogde dat zorgverleners ook te veel kunnen doen, waardoor de kwaliteit van leven van de patiënten minder wordt.
Geijteman: ‘Met het totale mens-principe bedoel ik dat ik, voordat ik een beslissing kan nemen over welke behandeling passend is, de persoon achter de patiënt met gevorderde kanker moet leren kennen. Het zou kunnen zijn dat het gros van de collega’s het ook op die manier doet, hoor, ik ben daar heus niet uniek in, maar ik denk dat dat menselijke aspect bij mij op de voorgrond staat en daarna pas de behandeling.’
De titel van de film, Hoelang nog, is uiteraard de meest gestelde vraag in Geijtemans spreekkamer. Van Koevorden: ‘Ik heb nog getwijfeld die titel te veranderen in de zin die Eric verreweg het meest gebruikt als antwoord: ‘U voldoet niet aan het gemiddelde.’
Geijteman: ‘Ik vind het belangrijk om mensen houvast te geven op het moment dat ze daar behoefte aan hebben. Dan noem ik de statistieken uit het onderzoek dat we kennen. Wat is de levensduur zonder behandeling? Wat is de levensduur met behandeling? Maar, dat zeg ik inderdaad voortdurend, de gemiddelde patiënt bestaat niet. Dat is het eerlijke antwoord: we weten het niet, echt niet.’
Geijteman hoopt dat de film laat zien dat het leven, in zijn woorden, ‘onmaakbaar’ is en een mens kwetsbaar. ‘Maar ik wil ook benadrukken dat ik een heel mooi vak heb. Ik mag onderdeel zijn van de kwetsbaarste periode in iemands leven, waarin het alleen maar om de kern gaat, om wat echt belangrijk is: je rol als vader of moeder, je rol als partner.’
Galwegkanker, de enige patiënt van Eric Geijteman uit de film die nog leeft.
‘Ik rekende erop dat ik nog anderhalf jaar had, daar zijn we nu overheen, dus dat is al heel fijn. Eric belde me, met de vraag of ik wilde meedoen aan de documentaire. En ik sprak Niels vooraf, ik vond hem zo integer, dat gaf veel vertrouwen. Ik heb er geen moeite mee om deze kant van mezelf te laten zien. Wat je in de film ziet: dat ben ik echt. Ik ben blij dat ik het gevoel heb dat ik iets achterlaat met de film, het past bij wie ik ben en hoe open ik over alles wil zijn. Eric is een fantastische arts. Hij zal nooit zeggen dat je bent uitbehandeld, want hij behandelt tot het einde. En dan misschien niet meer met medicatie, maar hij denkt mee: hoe kunnen we de kwaliteit van je leven nog net iets opkrikken? Ik hoop dat mensen kunnen zien: zo werkt het, als je kanker hebt. En dat je dan toch nog positief in het leven kunt staan.’
Zoon van Ben Liu die op 62-jarige leeftijd overleed aan slokdarmkanker.
‘Mijn vader is een man van weinig woorden, maar hier was hij heel stellig over: hij wilde meedoen aan de documentaire en iedereen laten zien hoe moeilijk deze ziekte is en hoe hard mensen moeten vechten. Ik vond het persoonlijk wel een lastig idee, dat alles zo zichtbaar is, ik durfde in die ruimte wat minder goed vragen te stellen. Achteraf ben ik er toch wel heel blij mee. Het is waardevol om de beelden van mijn vader terug te zien en om zijn stem weer te horen. Het proces van mijn vaders overlijden is voor onze hele familie traumatiserend geweest, omdat hij op het laatst zo onverwacht snel achteruitging. Als we de beelden terugkijken uit die tijd, dan is dat een soort herbeleving, maar dat is ook een manier om het trauma in de ogen te kijken. Ik heb een week vrij genomen om tijdens Idfa zo veel mogelijk vertoningen van de film te zien.’
De echtgenote van Rob die op 74-jarige leeftijd overleed aan leverkanker.
‘Wij hebben al eerder en vaker met slechtnieuwsgesprekken te maken gehad, onder meer toen ik zelf werd behandeld voor borstkanker. Rob hoefde niet lang na te denken toen hij gevraagd werd voor deze documentaire, hij zei meteen ja. Als hij hiermee één persoon kon helpen, zou hij dat al fijn vinden. Hij wilde mensen laten zien: zo worden die gesprekken gevoerd, dit kun je een beetje verwachten, zo kun je ermee omgaan. Dat laatste zal voor iedereen anders zijn natuurlijk. Ik denk dat Rob al die tijd wel positiviteit is blijven uitstralen. Dat wilde hij ook, hij wilde niet ziek zijn. Ik vond het mooi om naar de film te kijken en dacht over mezelf: nou, ik kan het best goed aan.Tot die laatste twee scènes, daar kon je echt zien dat zijn lichaam het aan het opgeven was. Dat vond ik lastig om terug te zien, maar ik vond het ook heel fijn om nog naar beelden van een levende Rob te kijken.’
Hij overleed op 71-jarige leeftijd aan leverkanker.
Marian overleed op 66-jarige leeftijd aan hoofdhalskanker. Puck overleed een paar maanden na haar dood op 73-jarige leeftijd ook aan kanker.
Hoelang nog. Te zien op documentairefestival Idfa, 12/11 t/m 22/11. Vanaf 4 februari 2027 in de bioscoop.
Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant